< Terug naar: Over Inholland

Sportseminar met 'scheids' Pieter Vink

19 januari 2012

Grote namen uit de sportwereld waren woensdag op Inholland Haarlem tijdens het jaarlijkse Sportseminar, georganiseerd door studenten van de minor Sportmanagement. Niemand minder dan hockeyer Floris Jan Bovelander en internationaal voetbalscheidsrechter Pieter Vink spraken de zaal vol studenten toe over de boeiende wereld van topsport.


V.l.n.r.: Floris Jan Bovelander (hockey), Gerard Heemskerk (VVSB), Pieter Vink (voetbal) en Tjerk Smeets (honkbal)

Na het welkomstwoord van collegevoorzitter Doekle Terpstra was het woord aan oud-hockeyer Floris Jan Bovelander. ‘Het kanon met het engelengezicht’, zoals Bovelander ook wel genoemd werd, vertelde de studenten over zijn weg naar Olympisch goud in 1996. Ook gaf hij zijn visie op wat je nodig hebt om succesvol te zijn in de sport. “Je moet een doel hebben en je moet goede mensen om je heen verzamelen. Dat is het mooie aan een teamsport. Je werkt met z’n allen samen om iets te bereiken. En soms moet je dan het belang van het team voor je eigen belang stellen.”

Topsport is niet altijd het recht van het sterkste of het beste team, stelt Bovelander. Soms moet je mazzel hebben of slim spelen. “Probeer altijd een stap vooruit te denken en wees creatief. Als Nederlandse hockeyers zijn wij niet zo sterk als Australië, we spelen niet zo strak, en saai, als de Duitsers en we zijn niet zo behendig als de Pakistanen. Maar wat we wel zijn is creatief. Wij kunnen een fantastisch plan hebben, uiteindelijk iets heel anders doen en tóch winnen. Focus op dat wat je goed kunt en niet op wat je niet kunt.”

VVSB
Gerard Heemskerk, voorzitter van Voetbalvereniging Sint Bavo (VVSB) uit Noordwijkerhout, noemde zijn verhaal “na dat van Floris Jan Bovelander maar een beetje ‘gepreutel’ dat je aan moet horen.” Toch kreeg Heemskerk veel vragen over het clubbeleid, toeschouwersaantallen en promotie naar het betaalde voetbal. “We spelen op dit moment in de topklasse. Dat is de overgang tussen de eerste divisie en amateurvoetbal. Er is de laatste jaren discussie binnen de club of we willen promoveren of niet. Maar daarvoor heb je achttien contractspelers op basis van cao en een stadion met meer dan 2000 overdekte zitplaatsen nodig. Er zijn maar weinig amateurclubs die zich aan die verplichting willen binden.”

Vink
Daarna stond internationaal voetbalscheidsrechter Pieter Vink voor de zaal. “Hoe begin je als scheidsrechter? Geen enkel jongetje van zeven komt op een dag thuis en zegt: ‘Pappa, ik wil scheidsrechter worden.’ Zo wel moet je dat ventje meenemen naar het RIAGG want dan spoort er iets niet.” Net als bijna alle scheidsrechters is Vink dan ook begonnen als speler bij VVSB in Noordwijkerhout. “Alleen ik had altijd een grote mond en wist alles beter. Ik had vaak ruzie met de scheidsrechter, tot iemand tegen me zei dat ik het dan maar zelf moest doen als ik het zo goed wist. Mijn reactie: ‘Is goed.’”

Na een lange loopbaan kwam zijn droom uit: hij mocht Ajax-Feyenoord fluiten. “Want dat was het doel,” vertelt hij. “Ja, en wat doe je als je je doel bereikt hebt? Dan stel je je doel bij.” Vink schopte het dan ook tot internationaal scheidsrechter. Hij floot de mooiste wedstrijden en beleefde veel leuke momenten waarover hij levendig en met veel humor vertelde. Van Dirk Kuijt die hem voor het oog van de camera bedankte met een omhelzing na een verkeerde beslissing in Dirks voordeel, tot misverstanden met de Roemeense ‘maffia’. Een van de studenten had achteraf geen vraag, maar wel een opmerking voor Vink. “Ik vind je best een toffe vent. En dat had ik vooraf echt niet verwacht.”


Studenten tijdens de quiz ‘Petje op, petje af’

Honkbal
Als laatste was het de beurt aan voormalig honkballer Tjerk Smeets. ‘De zoon van’ is sinds kort assistent-bondscoach bij de Nederlandse honkbalploeg. Afgelopen najaar pakte dat team, geheel tegen de verwachtingen in, de wereldtitel in Panama. Hij nam de studenten mee naar de wereld van honkbal waar Nederland zich als kleine club meet met grote (honkbal)landen. “De Amerikanen hebben een gigantische poel van spelers waar zij uit kunnen kiezen voor hun selectie. Wij hebben dat als klein land niet, maar we hebben wel andere voordelen. Zo kunnen wij vaak samen trainen omdat we maar relatief kleine afstanden hoeven te reizen. Daardoor zijn we goed op elkaar ingespeeld en heerst er een goede cultuur binnen het team.”

Ook beschikt Smeets over een uitgebreide analyse van alle teams en spelers binnen de honkbalscene, iets dat andere landen niet hebben. “We weten nog net niet de kleur van hun veters of de achternaam van hun moeder. Verder weten we alles: welke ballen ze wel en niet kunnen slaan, op welke worp ze graag slaan en naar welke kant van het veld de bal gaat als ze hem raken. En dat werkt zeker in je voordeel als jouw tegenstander misschien van drie van jouw spelers kent.”

| | Share |