Lectoraat Microfinanciering & Kleinbedrijfontwikkeling komt met krachtige bevindingen over de kosten van bedrijfsadvisering in het MKB en daagde de sector uit!
Op 19 november 2010 werd er door het Lectoraat Microfinanciering en Kleinbedrijfontwikkeling een rondetafel bijeenkomst gehouden over de bevindingen uit het onderzoek "De Kosten van Bedrijfsadvisering in het MKB". Vertegenwoordigers uit het veld gingen diep in op de bevindingen. De stelling van de sector dat bedrijfsadviseurs te weinig verdienen en er meer subsidie naar hen toe moet is niet vol houden, ongegrond is en wordt door dit onderzoek van tafel geveegd. Maar er is in twee jaar veel veranderd in de sector; zij ziet nu ook dat er voldoende kansen in de markt zijn om een goede omzet te realiseren als de klant maar resultaten ziet. Het veld heeft dit moment behoefte aan meer onderzoek naar de effectiviteit.
Het onderzoek is uitgevoerd door dhr. Guus Heffelaar en mevr. Roos Kowalec onder leiding van de lector Klaas Molenaar en in samenwerking met het lectoraat Ondernemen in het MKB (co-auteur dhr.Serje Bulterman). Een deel van het veldwerk is uitgevoerd door studenten van hogeschool Inholland.
Een aantal jaren geleden vielen er opmerkingen van bedrijfsadviseurs te beluisteren, waaruit naar voren kwam, dat de vergoeding voor bedrijfsadvies- diensten onvoldoende waren om de kosten te dekken. Op grond van die opmerkingen is besloten om een verkennend onderzoek naar De Kosten van Bedrijfsadvisering in Nederland te doen.
Het verkennend onderzoek naar de Kosten van Bedrijfsadvisering in Nederland is een onderzoek in een branche geweest, die uit een verscheidenheid aan soorten adviseurs bestaat. Sommige adviseursgroepen zijn georganiseerd in een beroeps- of branchevereniging. Zo zijn bijvoorbeeld de AA-consulenten verenigd in de NOvAA . Daarentegen kennen de meeste ZZP'ers zo'n brancheorganisatie niet. Dat betekent, dat secundaire gegevens niet of bijna niet te krijgen waren. De onderzoekers waren dus aangewezen op primaire data.
Daarom werd besloten om uit de doelgroep een steekproef te trekken en de betrokkenen een vragenlijst toe te sturen. Uiteindelijk werden er 312 vragenlijsten verstuurd. Het leverde een respons van ruim 53% op.
Van de respondenten gaven 120 aan, niet mee te willen of kunnen werken. Daar zouden drie redenen voor kunnen zijn: gebrek aan kennis over en inzicht in kosten, onwil of onkunde. Op zich is het vreemd, dat een adviseur van bedrijfsdiensten geen kennis heeft over kosten of, dat hij niet zou weten welke kosten hij maakt. Uit dit niet mee willen of kunnen werken, hebben wij daarom de conclusie getrokken, dat niet mee willen werken een substantiƫle reden is geweest om de vragen niet of niet geheel te beantwoorden. Adviseurs zagen blijkbaar niet de noodzaak en voor hen het belang van dit onderzoek in.
De belangrijkste conclusie, die wij hieruit hebben getrokken is, dat de opmerkingen van adviseurs, dat de vergoeding voor bedrijfsadviesdiensten onvoldoende zijn om de kosten te dekken en die ten grondslag lagen aan dit onderzoek, heden ten dage geen gemeengoed (meer) zijn.