Ethiek in het sociaal werk

Programma post-hbo Ethiek in het sociaal werk

De opleiding Ethiek in het sociaal werk bestaat uit 10 bijeenkomsten van 2½ uur. De werkvorm is een combinatie van theorie en praktijk. Er wordt gewerkt in groepen van max. 10 deelnemers. Er is veel ruimte voor eigen inbreng en eigen praktijkervaringen. Het gaat vooral om leren aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden.

De centrale vraag van deze opleiding is: hoe zou je in de manier waarop jijzelf en jouw collega’s spreken over en werken met cliënten, mogelijk sociaal onrecht kunnen herkennen, daar woorden aan kunnen geven, dat kunnen delen met de collega’s en kritisch aan de orde kunnen stellen? Het gaat dan met name om het gebruik van categoriserende taal. Denk hierbij aan psychiatrische categoriseringen als autisme (ASS), ADHD of verzamelwoede, maar ook aan het vaak al te vanzelfsprekende gebruik van termen als kwetsbaar, beperkt zelfredzaam, vermijdingsgedrag, gebrekkige impulsregulatie, gebrek aan zelf-inzicht/ziekte-inzicht, weerstand, sociale angst. Enkele voorbeeldvragen:

  1. Stel bijvoorbeeld dat een cliënt zich heftig verzet tegen de psychiatrische categorisering ‘verzamelwoede’ of ‘autisme’, doe je hem als begeleider dan misschien onrecht aan door zijn verzet vooral te zien als begrijpelijke ‘weerstand’ tegen een deskundig vastgestelde, maar mogelijk pijnlijke waarheid over zichzelf?
  2. Doe je cliënten mogelijk onrecht aan door hun schuldenproblematiek vooral te zien als het resultaat van hun veronderstelde ‘kwetsbaarheid’, van hun individuele onvermogen om ‘verantwoord’ met geld om te gaan.
  3. En stel dat een van jouw cliënten stelselmatig en zonder duidelijke argumentatie weigert contact op te nemen met haar moeder die zij na hevige ruzies al meer dan tien jaar niet meer gezien heeft. Doe je haar dan misschien onrecht aan, als je haar gedrag vooral ziet als een vorm van vermijdingsgedrag?

In deze opleiding krijg je een nieuwe vorm van moreel beraad aangeboden om dergelijke vragen te bespreken: een socratisch-parrèsiastische werkwijze. We bespreken met elkaar concrete praktijksituaties waarin categoriserende taal wordt gebruikt. Gezamenlijk gaan we onderzoeken in hoeverre cliënten hiermee onrecht wordt aangedaan en wat dit zou kunnen betekenen voor de manier waarop we cliënten begeleiden. Zo leer je hoe jij als sociaal werker je cliënten nog meer tot hun recht zou kunnen laten komen door dergelijk sociaal onrecht daarbij te betrekken.

Enkele voorbeeldvragen:

  • In hoeverre doe je een cliënt onrecht aan, als je zijn heftige verzet vooral ziet als een vorm van ‘weerstand’?
  • In hoeverre doe je een cliënt onrecht aan, als je haar stelselmatige weigering om weer contact op te nemen met haar moeder die zij na hevige ruzies al meer dan tien jaar niet meer gezien heeft, ziet als een vorm van ‘vermijdingsgedrag’?

Deel 1: De sociaal werker als normatieve professional (3 bijeenkomsten)

Deel 1: De sociaal werker als normatieve professional (3 bijeenkomsten)

Wat houdt normativiteit in? We bespreken belangrijke waarden en normen en de daarmee verbonden visies op mens, maatschappij, noties van het goede leven, de goede samenleving, goed werk. Wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk van een sociaal werker? Wat is een normatieve professional? Ook bespreken we het onderscheid tussen zichtbare, expliciete en niet-zichtbare, impliciete vormen van normativiteit. Deze theorie over normativiteit zullen we voortdurend koppelen aan eigen praktijkervaringen.

Deel 2: Uitleg socratisch-parrèsiastische werkwijze (2 bijeenkomsten)

Deel 2: Uitleg socratisch-parrèsiastische werkwijze (2 bijeenkomsten)

Bij deze werkwijze gaat het om niet-zichtbare, impliciete vormen van normativiteit, met name de impliciete normativiteit van het categoriserende spreken over mensen. Denk aan termen als ‘autisme’, ‘kwetsbaar, ‘beperkt zelfredzaam’, ‘weerstand’, ‘sociale angst’, ‘vermijdingsgedrag’. De term parrèsia komt uit de Griekse Oudheid en betekent: vrijmoedig, risicovol, openhartig, waarachtig en verbindend tegenspreken.  Socrates (469 – 399  v.C.) was zelf een vrijmoedige tegenspreker. Op basis van zijn eigen niet-weten voelde hij zijn medeburgers kritisch aan de tand over hun vermeende weten (valse meningen, slecht onderbouwde visies). Met elkaar bespreken we wat deze parrèsiastische werkwijze van Socrates precies inhoudt. Met deze werkwijze leer je op welke manier het al te vanzelfsprekende gebruik van categoriseringen cliënten onrecht kan aandoen. En zo leer je ook hoe jij als sociaal werker je cliënten nog meer tot hun recht zou kunnen laten komen door dergelijk sociaal onrecht daarbij te betrekken.

Deel 3: Training socratisch-parrèsiastische werkwijze (5 bijeenkomsten)

Deel 3: Training socratisch-parrèsiastische werkwijze (5 bijeenkomsten)

Het gaat hier om een vorm van narratief leren, ofwel leren via de praktijkverhalen van sociaal werkers. Aan de hand van eigen praktijkvoorbeelden, eigen casuïstiek houden we een moreel beraad.  Gewoonlijk wordt bij een moreel beraad expliciete normativiteit aan de orde gesteld. Dan gaat het bijvoorbeeld om de vraag in hoeverre je als sociale professional het recht of misschien zelfs wel de plicht hebt om ‘eropaf’ te gaan, als er een signaal binnenkomt van mogelijke huisvervuiling. Bij de socratisch-parrèsiastische werkwijze gaat het niet zozeer om dergelijke expliciet normatieve vragen, maar eerder om impliciete normativiteit, met name van categoriserende termen.

Voorbeeldcasus

Tijdens een werkoverleg vertelt een sociaal werker dat zij een 56-jarige man begeleidt die financieel erg krap zit en steeds meer in de schulden dreigt te raken. Om te voorkomen dat het echt uit de hand gaat lopen, wil hij daar graag ondersteuning bij. Op verzoek van de sociaal werker is zijn vrouw een keer meegekomen. In dit gesprek vertelt zijn vrouw openhartig dat hun huwelijk al jaren niet zo goed is. Zij wijt dit met name aan ‘al die eigenaardigheden’ van haar man waar zij al heel lang ‘telkens weer op stuk loopt’. Een aantal jaren geleden kwam zij er, zo vertelt ze, al googlend achter dat ‘dat aparte gedrag’ van hem voortkomt uit het feit dat hij autisme heeft. Voor haar was deze ontdekking enorm bevrijdend! “Nou snap ik eindelijk wat er met hem aan de hand is!” En volgens haar heeft dat ook te maken met de financiële problematiek waar ze ‘al jaren onder gebukt gaan’. Haar man evenwel moet eigenlijk niets hebben van dergelijke psychiatrische diagnosticering.  Op herhaaldelijk aandringen van zijn vrouw en ‘omwille van de lieve vrede’ heeft hij zich echter uiteindelijk toch officieel laten onderzoeken. Bij hem werd inderdaad autisme (ASS) geconstateerd. Hij verzet zich evenwel tegen deze diagnose, zegt dat hij een aantal dingen in de diagnose wel herkent, maar dat hij weigert zich ‘een etiket op te laten plakken’: “Ik ben niet gestoord en ik ben geen autist!” Zijn vrouw en ook andere mensen uit zijn sociale netwerk dringen er regelmatig bij hem op aan om zich - ‘voor je eigen bestwil!’ - hiervoor professioneel te laten ondersteunen.

De sociaal werker worstelt met de vraag in hoeverre zij haar cliënt moet ondersteunen in zijn verzet tegen deze diagnose. Het gaat hier immers  ̶  zo denkt ze bij zichzelf  ̶  wel om het oordeel van een deskundige. Misschien ontbreekt het hem aan voldoende ‘zelf-inzicht’ of ‘ziekte-inzicht’. En mogelijk is er bij hem sprake van ‘weerstand’ tegen deze pijnlijke waarheid over zichzelf. Daarnaast echter wil zij hem, zoals ze zelf zegt, wel een stem daarin geven. Ook denkt ze dat het haar cliënt heel erg zou kunnen helpen, als hij erkenning zou krijgen voor zijn verzet. De vraag is nu: doe je hem als begeleider onrecht aan door zijn verzet vooral te zien als zeer begrijpelijke ‘weerstand’ tegen een deskundig vastgestelde, maar mogelijk pijnlijke waarheid over zichzelf die niet strookt met zijn zelfbeeld? En hoe zit het, als je dit omdraait? In hoeverre doe je hem juist onrecht aan door wél mee te gaan in zijn verzet tegen het oordeel van ‘de deskundigen’?

Interesse in deze opleiding? Vraag een gratis brochure aan.

Bekijk de opleidingsinformatie en maak kennis met o.a. de organisatie, methode en locaties.

Download brochure

Samantha Dooper bewerkt.png

Persoonlijk advies nodig? Ik help je graag verder!

Samantha Dooper
opleidingsadviseur

Stel je vraag aan Samantha
T: 06 1527 9389 | 088 466 30 30
E: samantha.dooper@inholland.nl

Is dit de opleiding voor jou? Schrijf je nu in!

Inschrijven