1e- en 2e-jaarsstage

laden

De omvang en de periode van de oriëntatie- en bedrijfsstages en het studiejaar waarin deze plaatsvinden kunnen per opleiding verschillen. Wilt u hierover meer informatie neem dan contact op met de contactpersoon van de betreffende opleiding.

Doel van de oriëntatie- en bedrijfsstages

  • kennis maken met de beroepspraktijk in zijn algemeenheid;
  • kennis maken met een specifiek bedrijf binnen het werkveld;
    de werkzaamheden die binnen het bedrijf worden verricht kunnen plaatsen binnen het bredere verband van het werkveld;
    verwerven van basisvaardigheden, zowel technisch als inhoudelijk, die nodig zijn om de werkzaamheden uit te voeren;
    ontwikkelen van communicatieve basisvaardigheden;
    leren schriftelijk te rapporteren (verslag maken).

Behalve deze algemene leerdoelen kunnen specifieke leerdoelen worden vastgesteld per opleiding, per stage en zelfs per individuele student.

Voorwaarden waaraan de stageplaats moet voldoen

De stageplaats moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • De student moet er de leerdoelen kunnen verwezenlijken;
  • De stagebieder moet bereid en in staat zijn om voldoende begeleiding te geven (zie verderop onder 'begeleiding tijdens de stage').

Aanvang en afronding

Bij de aanvang van de stage krijgen de student, de stagebieder en de docent/begeleider van Hogeschool Inholland Delft een schriftelijke bevestiging van de stage.

Aan het eind van de stageperiode vult de stagebieder het evaluatieformulier in en bespreekt dit met de student. De student neemt het formulier mee naar de hogeschool en bespreekt dit weer met zijn/haar stagebegeleider. De stagebegeleider bepaalt of de stage wel of niet voldaan is. Er wordt dus géén verslag geschreven door de student, wel krijgt de student opdrachten mee van hogeschool die binnen het bedrijf voldaan moeten worden.

Begeleiding tijdens de stage

De begeleiding tijdens de stage moet erop gericht zijn de student in staat te stellen de stageopdracht(en) uit te voeren en de leerdoelen te verwezenlijken. In de eerste plaats valt hierbij te denken aan het "inwerken" en wegwijs maken binnen de organisatie van de student door de stagebieder. Verder is tussentijdse evaluatie van de voortgang van de stage belangrijk, om te voorkomen dat de student bij de eindbeoordeling voor verrassingen komt te staan.

De docent is voornamelijk betrokken bij het begin (het vaststellen van de leerdoelen) en de afronding (de beoordeling van het verslag) van de stage. Zowel de student als de stagebieder kunnen tijdens de stage altijd een beroep doen op de docent, bijvoorbeeld wanneer er vragen zijn of er zich problemen voordoen