'Vanuit je kracht werken en elkaar aanvullen'


Dylan Berkeveld

Dylan Berkeveld

Dylan Berkeveld

“Wat ik toevoeg in het onderwijs? Ik denk het lef om echt nieuwe dingen uit te proberen. Werkvormen die niet in een boekje staan, maar die je zelf bedenkt en waarmee je experimenteert. Daarnaast vind ik het belangrijk dat ik me kwetsbaar durf op te stellen richting studenten. Ik ga er nooit zomaar vanuit dat het wel goed zal zijn, maar vraag altijd feedback: ‘Wat doe ik goed en waar kan het beter?’”

Het beste van twee werelden

Dylan Berkeveld is docent voedingsmiddelentechnologie én cabaretier. “Ik geniet van het beste van twee werelden. Alleen één baan met één focus zou voor mij een nachtmerrie zijn. Het leuke is, zowel in het onderwijs als in het theater werk je met groepen. Ik vind het leuk om mensen in beweging te brengen en hen te prikkelen om op een andere manier tegen iets aan te kijken, of om een nieuwe stap te zetten.”

Verbinding maken met de student

“Net als in het theater probeer ik als docent verbinding te maken met mensen. In mijn rol van coach voer ik één-op-één gesprekken met studenten, bijvoorbeeld over het maken van keuzes. Een vraag die ik dan graag stel, is: ‘Wat beweegt jou om te kiezen voor het ene of voor het andere?’ Samen ga je op zoek naar wat iemand belangrijk vindt, wat hem of haar drijft.

"Het mooie is dat ik geleerd heb dat het je juist meer zelfvertrouwen geeft als je het loslaat. Er ontstaat meer ruimte en vrijheid. Studenten kunnen dan meer zichzelf zijn en jij ook."

'Ik wil mijn lessen variëren'

Ik vind het fijn om met mensen te werken en ze een beetje op weg te helpen. In de eerste plaats omdat je dan iets voor de ander kunt betekenen; ten tweede omdat ik er zelf ook altijd wat van leer. Dat maakt me gelukkig.”

“Als je met een groep werkt, kun je niet iedereen niet één op één aandacht geven. Wel probeer ik ervoor te zorgen dat ik zoveel mogelijk variatie bied. De ene student vindt het fijn om anderhalf uur te luisteren en aantekeningen te maken, de andere vindt het juist leuk om in een practicum toe te passen wat hij heeft gehoord. Dus houd ik geen lange monologen, maar ben ik hooguit een half uur aan het woord. Daarna zet ik studenten aan de slag.

Ondertussen blijf ik kijken. Hoe zitten ze erbij; zijn ze nog steeds aangehaakt of zijn ze afgehaakt? In het laatste geval schakel ik over op een andere werkvorm, of las ik even een pauze in. Zo probeer ik studenten op verschillende manieren te triggeren.”

'Je plan loslaten vergt durf'

“Flexibel zijn klinkt misschien eenvoudig, maar het vraagt om een bepaalde durf, zeker als je nét bent begonnen bent als docent. Je hebt dan nog allerlei onzekerheden en vraagt je steeds af: ‘Doe ik het wel goed?’ Zomaar je plan loslaten, doe je niet snel, want je plan is je houvast.

Het mooie is dat ik geleerd heb dat het je juist meer zelfvertrouwen geeft als je het loslaat. Er ontstaat meer ruimte en vrijheid. Studenten kunnen dan meer zichzelf zijn en jij ook.

Tegelijkertijd kijk ik wat mijn collega’s doen, want een student komt gedurende een dag verschillende docenten tegen. Ik vind het belangrijk dat we ervoor zorgen dat we niet allemaal hetzelfde doen. We stemmen het af aan het begin van een blok en stellen elkaar de vraag: ‘Hoe kunnen we elkaar inspireren en helpen om het aanbod voor onze studenten zo gevarieerd mogelijk te maken en ook nieuwe werkvormen toe te passen’?”

Waar ben je goed in, waar word je gelukkig van?

“In het team waarin ik werk, kijken we heel goed hoe je ook elkaar in je kracht kunt zetten en hoe je alle kwaliteiten optimaal kunt gebruiken. Zo kijken we ook als docenten richting studenten én we stimuleren studenten om op dezelfde manier naar elkaar te kijken. De nadruk ligt niet op wat iemand (nog) niet kan, maar op: waar ben je goed in en waar word jij gelukkig van?

Als je er zo in staat, kun je allemaal op je eigen manier uitblinken en ergens het verschil in maken. Dat vind ik een mooie gedachte en méér dan dat: ik proef dit echt bij Hogeschool Inholland. Het zegt iets over het vertrouwen dat je hebt in studenten en docenten. Ja, ik voel dat vertrouwen zeker. Het is belangrijk voor mijn werkplezier en voor wat ik kan bereiken met studenten.”

"De nadruk ligt niet op wat iemand (nog) niet kan, maar op: waar ben je goed in en waar word jij gelukkig van?"