15
januari
2025
|
09:54
Europe/Amsterdam

Ceci n'est pas un prototype

Kalle Wolters

Prototypes staan centraal bij design thinking in projecten, labs en minoren. 
Het helpt ideeën te genereren en maakt ze tastbaar zodat ze getest kunnen worden. Tot zover de theorie. In de praktijk blijkt echter dat makers en opdrachtgevers ermee worstelen wat leidt tot teleurstellingen. Gelukkig kun je de verwachtingen managen, door nieuwe taal te introduceren!

Een prototype staat ergens voor: het is de verbeelding van een idee, een concept. Dat idee kan gaan over de stip aan de horizon, het ideaal dat wordt nagestreefd. Het idee kan ook gaan over een praktische oplossing voor een probleempje, een oplossing die uitvoerbaar, haalbaar en betaalbaar is. 
 

Bij ontwerpen zijn beide nodig: een richtinggevend ideaalbeeld en een realistische oplossing. Beide vergen een verbeelding om te leren of het goed is. 

Helaas: door het allemaal prototypen te noemen gaat er iets fout. Als je een droom verwacht, dan wil je geen praktische oplossing zien. En als je een haalbare oplossing verwacht, wil je niet lastig gevallen worden met dromerige vergezichten. Om de verwachtingen beter te managen stellen Guido Stompff, Mark Jacobs en Donagh Horgan voor om onderscheid te maken tussen twee soorten verbeeldingen:

  • Ideaaltype: Laat het droombeeld zien, zonder te kijken of het haalbaar is.
  • Prototype: Laat zien wat er echt kan, binnen de grenzen van tijd en geld.

Is dit herkenbaar? En ben je nieuwsgierig naar de onderbouwing? Klik dan hier om het artikel gratis te downloaden.

Het hoofdstuk is onderdeel van de publicatie Applied Design Research in Living Labs and Other Experimental Learning and Innovation Environments (2025), onder redactie van Peter Joore, Anja Overdiek, Wina Smeenk en Koen van Turnhout.  

Ook het hele boek is open online verkrijgbaar. Klik hier om het te downloaden.