De impact van armoede op studenten: ‘Achter afwezigheid zit soms meer dan je denkt'
Marije Deutekom in gesprek met docent Clementine Witkamp
Tijdens de Week van het Geld staan we stil bij een onderwerp dat vaak onzichtbaar blijft: armoede onder studenten. Voor docent Clementine Witkamp werd de impact daarvan pas echt duidelijk toen zij zich tijdens haar master Onderwijswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam verdiepte in financiële stress bij hbo-studenten. Wat betekent het als geldzorgen invloed hebben op studeren en je plek voelen binnen je opleiding, ook bij Hogeschool Inholland? Collegelid Marije Deutekom gaat hierover met haar in gesprek.
Marije: “In het voorgesprek hadden we het erover dat je voor de start van je onderzoek dacht: speelt armoede onder studenten hier wel echt? Kun je ons meenemen in hoe dat beeld bij jou is gekanteld en op welk moment je besefte dat dit dichterbij en groter was dan je aanvankelijk dacht?”
Clementine: “Ik wist oprecht niet goed hoe het zat met armoede onder studenten in Haarlem. Maar toen ik me erin ging verdiepen, zag ik dat het veel dichterbij is dan ik dacht. Wat me vooral opviel is hoeveel studenten naast hun studie moeten werken, niet een paar uur, maar substantieel. En dat heeft direct invloed op hun aanwezigheid in de les.” Die nieuwe blik werkt door in haar dagelijks werk. Waar ze eerder vooral keek naar aanwezigheid en studievoortgang, ziet ze nu vaker de context erachter.
Diversiteit in de praktijk
Marije: “Tijdens je master werkte je met een bredere definitie van diversiteit. Wat veranderde dat in jouw denken? En waarom is het belangrijk dat we armoede en sociaaleconomische verschillen niet als iets losstaands zien, maar als wezenlijk onderdeel van hoe kansengelijkheid in het onderwijs werkt?”
Clementine: “Tijdens mijn master werd een brede definitie van diversiteit gebruikt en dat was voor mij echt een eyeopener. Het gaat niet alleen over culturele achtergrond, maar ook over sociaaleconomische positie, gezondheid, leeftijd en vooropleiding. Als je kijkt naar armoede, zie je hoe belangrijk die sociaaleconomische factor is. Als je ouders je financieel niet kunnen ondersteunen, moet je veel zelf betalen. Dat heeft impact op je studie.”
Ze herinnert zich een moment tijdens een open dag. “Een meisje vroeg me wat een hbo-opleiding kost. Ik wist het collegegeld, maar niet alle bijkomende kosten. Toen realiseerde ik me: voor sommige studenten is dit geen bijzaak, maar een doorslaggevende factor.”
Studeren is niet voor iedereen vanzelfsprekend
Marije: “Je zegt eigenlijk dat studenten soms niet alleen kiezen op interesse of talent, maar ook op wat financieel haalbaar voelt. Wat zegt dat volgens jou over hoe ‘vrij’ studiekeuzes in de praktijk eigenlijk zijn?”
Clementine: “Ik vind dat studenten vooral een studie moeten kiezen die ze leuk vinden. Maar de realiteit is dat kosten vaak zwaar meewegen. Zeker voor mbo-studenten kan het een drempel zijn: ga je investeren in een hbo-opleiding, of kies je ervoor om meteen te gaan werken? Het is confronterend om te zien hoeveel invloed geld daarin heeft.”
Een vicieuze cirkel
In haar onderzoek kwam Clementine ook theoretische inzichten tegen die haar hielpen om patronen te herkennen, zoals de theorie van Pierre Bourdieu.
Clementine: “Studenten met weinig financiële middelen moeten vaak veel werken. Daardoor zijn ze minder op school. En als je minder aanwezig bent, bouw je minder contact op met docenten en medestudenten. Dat heeft invloed op je gevoel van erbij horen. Uiteindelijk werkt dat ook door in je netwerk en je kansen later. Het is echt een vicieuze cirkel."
Marije: “Wat zijn volgens jou dingen die iedere docent morgen al anders zou kunnen doen, zonder dat het meteen weer een groot nieuw project hoeft te worden?”
Clementine: “Nou, ik probeer sowieso altijd de student te zien, maar ik begrijp gedrag nu beter. Ik oordeel minder snel en stel vaker vragen. Als een student afwezig is, denk ik niet meteen dat iemand ongemotiveerd is. Ik vraag me af: wat speelt er?” Ze noemt een voorbeeld van een student die veel stress ervoer door de thuissituatie. “De ouders woonden niet in Nederland en de student moest alles zelf regelen. Dat gaf veel druk. Dan kun je als docent niet alles oplossen, maar je kunt wel luisteren en meedenken. Dat helpt al. Bewust zijn, vragen stellen en weten waar je naartoe kunt verwijzen. Ik wist bijvoorbeeld niet dat er financiële coaches zijn binnen Inholland. Nu kan ik studenten doorverwijzen. Je hoeft het probleem niet zelf op te lossen, maar je kunt wel een belangrijke rol spelen in het ondersteunen.”
Ze deelt haar inzichten ook met collega’s. “Ik breng het onderwerp in tijdens teamoverleggen en wil mijn presentatie nog binnen mijn team delen. Het helpt om dit samen bespreekbaar te maken.”
Marije: “Tegelijk zie je volgens mij ook dat het systeem soms tegenwerkt, bijvoorbeeld door werkdruk, gebrek aan tijd en wisselende roosters. Wanneer wordt een individueel probleem van een student volgens jou eigenlijk een organisatievraagstuk voor Inholland?”
Clementine: “Het kan door de werkdruk lastig zijn om een balans te vinden tussen kennisoverdracht en de verbinding maken met studenten. Terwijl juist het contact met studenten zo belangrijk is. Daarnaast is er minder tijd voor professionalisering, terwijl kennis over dit soort thema’s helpt om signalen te herkennen.” Ook praktische zaken spelen een rol. “Het lesrooster wisselt nu vaak per week. Voor studenten die moeten werken is dat heel lastig. Ik sprak een student met een nulurencontract, niet omdat ze dat wilde, maar omdat vaste uren niet te combineren zijn met haar rooster.”
Onderwijs dat uitnodigt
Marije: “Wat wil je ons als college van bestuur meegeven?”
Clementine: “Aandacht en tijd voor studenten zijn belangrijker dan ooit. Studenten zijn minder vaak op school en denken soms dat ze het met AI wel redden. Juist daarom moet onderwijs iets bieden wat je niet online krijgt: goede lessen, contact en betrokkenheid. Dat is wat studenten motiveert om te komen.”
Kennis benutten
Tot slot benadrukt Clementine het belang van het benutten van bestaande kennis. “Binnen Inholland is veel onderzoek beschikbaar, bijvoorbeeld vanuit lectoraten. Het is belangrijk dat die kennis ook echt terechtkomt in het onderwijs en het beleid. Zeker nu er weinig tijd is, moeten we slim gebruikmaken van wat er al is.”
Diversiteit, de verscheidenheid die bestaat tussen mensen, is een uitgangspunt van het beleid van Hogeschool Inholland. Inclusie, het erkennen, waarderen en bevestigen van mensen, vereist ook het daadwerkelijk kennen van elkaar. Dit leren kennen van elkaar vindt onder meer plaats door het delen van verhalen.
Aan de hand van actuele thema's gaan we vanuit het lectoraat Diversiteitsvraagstukken, regelmatig in gesprek met een Inholland-collega of Inholland-student om betekenisvolle verhalen op te halen en daarmee nog meer ruimte te geven aan de verschillende perspectieven en levensverhalen van collega’s en studenten binnen Inholland. Facilitator van de gesprekken is Machteld de Jong, lector Diversiteitsvraagstukken.
Meer weten?
In een uitgebreid artikel gaan onderzoekers Rick Wolff, lector Machteld de Jong en Julia Delhaas dieper in op hoe financiële lasten het dagelijks leven, het welzijn en de studieprestaties van studenten beïnvloeden. Zij laten zij zien dat geldzorgen niet alleen een kwestie van keuzes zijn, maar ook van kansenongelijkheid.