Studenten onderzoeken internationale groeikansen voor hightech tuinbouwbedrijven
'De tips uit de praktijk kan ik in mijn afstudeerjaar goed gebruiken'
De Nederlandse hightech tuinbouwsector wil internationaal aan de weg timmeren. Maar waar liggen de kansen voor hen? Over die vraag hebben twaalf derdejaarsstudenten Tuinbouw & Agribusiness in Delft zich zes weken lang gebogen tijdens het Katapult-traject. In opdracht van drie bedrijven uit het Westland - OPUS watch, TTA-ISO en CORVUS Drones - onderzochten zij op welke internationale markten zij zich zouden kunnen richten. De studenten presenteerden hun bevindingen onlangs aan docenten en vertegenwoordigers van die bedrijven.
Arwen is één van de studenten die meewerkte aan het onderzoek voor TTA-ISO, een bedrijf dat onder andere ent-machines maakt. Enten wordt in de tuinbouw gebruikt om sterkere planten te kweken. Het bedrijf wilde onderzocht hebben of er internationaal een markt is voor ent-machines voor gewassen als koffie, avocado, watermeloen en citrusbomen. TTA-ISO vroeg de studenten om in kaart te brengen in welke landen de machines verkocht zouden kunnen worden en vervolgens een uitvoerbaar plan daarvoor te maken.
Arwen: “Het is leuk om met een échte vraag uit de praktijk aan de slag te gaan. Ondanks dat het lastig was om contact te krijgen met bedrijven in de landen die wij onderzochten, zoals Brazilië of de Verenigde Staten. Als je een mail stuurt, krijg je meestal geen antwoord en als je al iets krijgt, moet je er wekenlang op wachten. Er is dus nog verder onderzoek nodig voordat TTA-ISO hier echt mee aan de slag kan. Maar ondanks alles vond ik het een leerzaam traject. Ook door de reactie van de opdrachtgever op ons verslag. De tips die zij geven, kan ik straks in mijn afstudeerjaar goed gebruiken. En ja, kritiek hoort daar ook bij. We zijn aan het leren om onderzoek te doen. Je kunt niet verwachten dat het nu al helemaal perfect is.”
Opdrachtgever Peter Rietveld van TTA-ISO reageert enthousiast op de presentatie van de studenten: “Wat leuk, bedankt! Jullie conclusies kloppen, TTA-ISO is inmiddels al aanwezig in Brazilië. De enige tip die ik jullie nog wil meegeven, is om volgende keer zo’n plan ook door te rekenen. Je zoekt uit wat de personeelskosten voor enten zijn in Nederland en bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Een machine kan 1000 plantjes per uur enten, een mens doet er 120 per uur. Met die cijfers kun je berekenen hoe lang je erover doet voor je de investering in zo’n machine hebt terugverdiend. Het is leuk om zo’n berekening te maken en aan je plan toe te voegen.”
Waardevolle lessen uit de praktijk
Ook Sebastiaan Zwinkels, Business Engineer bij OPUSwatch, was bij de presentaties aanwezig. Dit bedrijf uit Wateringen maakt een slimme applicatie voor arbeidsregistratie in de tuinbouwsector. OPUSwatch vroeg om een internationaal onderzoek naar de mogelijkheden op de Noord-Amerikaanse markt. De studenten bekeken de kansen breder en namen ook Scandinavië en West-Europa mee. Ze deden uitgebreid onderzoek met bestaande bronnen, interviewden een aantal tuinbouwbedrijven in het buitenland en kwamen tot de volgende conclusies: Scandinavië heeft de grootste groeimogelijkheden, in Noord-Amerika is het belangrijk om eerst naamsbekendheid op te bouwen via een lokale vertegenwoordiger en in Nederland gaat het zo goed dat de werkwijze in de rest van Europa kan worden uitgerold.
Sebastiaan: “Ik mis de kwantitatieve onderbouwing in dit onderzoek. De studenten zeggen aan dat er in Scandinavië duizenden tuinbouwbedrijven zijn, maar wat voor bedrijven zijn dat? Hoeveel medewerkers hebben zij? Hoe zit het met de arbeidskosten daar? De studenten geven aan dat ze te weinig tijd hadden voor het onderzoek, maar met een beetje onderzoek moet je toch wel meer informatie boven tafel kunnen krijgen. De studenten zijn bij de start bij ons op bezoek geweest, maar daarna heb ik ze niet meer gezien. Dat is jammer, want wij hebben een schat aan informatie waarvan zij gebruik hadden kunnen maken.”
“Ik hoop dat de studenten hiervan leren. Er is een enorm tekort aan hbo-opgeleide mensen in ons vak. Als jij je in een project als dit onderscheidt, zwaaien echt alle deuren voor je open. Dat is voor ons ook een belangrijke reden om aan dit soort projecten mee te doen. Wij krijgen zo zicht op het talent dat bij Inholland rondloopt. Daarom blijven wij graag samenwerken met de opleiding. Ik heb voor de docenten dan wel een tip: laat een onderzoek als dit minder vrijblijvend zijn. Iets meer begeleiding tijdens de opdracht kan volgens mij voor zowel de studenten als de bedrijven winst opleveren.”
Ambassades en LinkedIn
De derde ploeg studenten bracht voor CORVUS drones de Aziatische exportmarkt in kaart. Via onderzoek kwamen zij erachter dat Taiwan voor dit product een interessante groeimarkt is, op de voet gevolgd door Vietnam. Ook hier is de opdrachtgever verbaasd dat de studenten tijdens hun onderzoek geen contact hebben gezocht. De opdrachtgevers hebben nog wel een paar tips voor de studenten, zoals: Nederland heeft een fantastisch netwerk van ambassades. Daar kun je gebruik van maken. En als je mensen benadert, doe dat dan via LinkedIn. Dat werkt beter dan een gewone mail.
Student Tim reageert: “Wat ons tijdens het onderzoek het meest heeft verbaasd, is dat de regelgeving en cultuur in de landen die wij onderzochten zo verschilt. Daardoor kost het veel tijd om je informatie te verzamelen. Maar tegelijkertijd is het heel leuk om zo met de praktijk bezig te zijn.”
Rob van der Helm, docent Bedrijfskunde en begeleider: “Het is een uitdaging om op dit soort ingewikkelde vragen antwoorden te vinden. De tips van de opdrachtgevers komen de studenten in hun afstudeerjaar ongetwijfeld goed van pas. Maak gebruik van de netwerken van mensen die je kent. En zoals de bedrijven al aangeven, zij hebben zelf ook veel data. Daar kun je gewoon gebruik van maken, je hoeft niet alles zelf te bedenken.”