‘Toerisme is pas echt toekomstbestendig als het toegankelijk is voor iedereen’
Onzekerheden, extra kosten en onzichtbare drempels; voor mensen met een beperking is vakantie een logistieke hindernisbaan. Ondertussen blijft de reisbranche vooral ingericht op de gemiddelde, fitte reiziger. Onterecht, meent Veroniek Maat, Professional Doctorate kandidaat bij Hogeschool Inholland. Deze maand start zij een vijfjarig onderzoek naar toegankelijk toerisme. Vandaag publiceerde Trouw haar opiniestuk, in aanloop naar de Vakantiebeurs, die plaatsvindt van 8 tot en met 11 januari.
Volgens Veroniek, verbonden aan het lectoraat New Urban Tourism, moet toegankelijkheid een vanzelfsprekend, integraal onderdeel van reisontwerp worden. Het gaat namelijk om een grote doelgroep. Niet alleen de twee miljoen mensen met een aanwijsbare, bijvoorbeeld lichamelijke of verstandelijke, beperking, maar onder andere ook om mensen met chronische aandoeningen, ouderen of mensen met overgewicht. Met meer dan twee miljoen mensen betreft het een groep mensen met toegankelijkheidsbehoeften die bovengemiddeld reisbereid is.
Het is niet alleen een morele en juridische kwestie, maar ook een economische. De wereldwijde markt voor toegankelijk toerisme vertegenwoordigt een waarde van bijna 150 miljard euro en groeit jaarlijks met ruim 7 procent. Dit is een van de sterkst groeiende segmenten in de sector. Elke drempel die wordt weggenomen, opent een markt die nu grotendeels onbenut blijft.
Veroniek pleit voor beter inzicht in de klantreis van mensen met een beperking en een drastische verbetering van de informatievoorziening. Ook moeten luchtvaartmaatschappijen, hotels, vervoerders, attracties en gespecialiseerde reisorganisaties intensiever gaan samenwerken. Toegankelijkheid werkt alleen als de reisketen als geheel functioneert.
Lees het hele opiniestuk in Trouw.