Vijf jaar creatief samenwerken aan gelijke stagekansen
Van lokaal experiment naar landelijke beweging
Wat begon als een gezamenlijke zoektocht in Den Haag, groeide de afgelopen vijf jaar uit tot een landelijke aanpak. Op 15 juni kwamen studenten, docenten en werkveldpartners samen bij Hogeschool Inholland Den Haag voor de finale van ‘Creatief samenwerken aan gelijke stagekansen’. Een middag om terug te kijken op wat er is opgebouwd én vooruit te kijken naar wat er nog nodig is om stagediscriminatie verder terug te dringen.
‘Hoor ik hier wel?’
Voor Tugba Özkan, werkzaam bij het lectoraat Diversiteitsvraagstukken en huidige programmamanager van de Haagse en Rotterdamse aanpak Gelijke stagekansen, is het onderwerp persoonlijk. Tijdens haar eigen stage kreeg ze te maken met opmerkingen van een schooldirecteur over haar hoofddoek. Opmerkingen die niet alleen haar raakten, maar ook andere stagiaires.
"Je voelt meteen dat je anders bekeken wordt," vertelt Tugba. "En op dat moment ga je twijfelen aan jezelf. Hoor ik hier wel? Pas ik wel?" Die ervaring had direct invloed op haar zelfvertrouwen. Ze voelde spanning tijdens het lesgeven en merkte dat haar onzekerheid groeide.Juist daarom blijft het onderwerp haar drijven. "Het belangrijkste is dat studenten weten: als dit gebeurt, ligt het niet aan jou."
Meer dan een gemiste stage
Stagediscriminatie raakt studenten op een diep niveau. Niet alleen in hun zoektocht naar een stageplek, maar ook in hun gevoel van eigenwaarde, hun studievoortgang en hun plek in de samenleving. Onderzoek laat zien dat studenten door discriminatie soms vertraging oplopen, stages mislopen of zelfs uitvallen. Talent blijft onbenut. Niet omdat het er niet is, maar omdat kansen niet altijd gelijk verdeeld zijn.
Dat maakt dit werk zo belangrijk. Gelijke stagekansen gaan niet alleen over stageplaatsen, maar ook over toegang, vertrouwen en toekomstperspectief.
Wat vijf jaar samenwerken opleverde
Tijdens de bijeenkomst blikten deelnemers terug op de samenwerking binnen de projecten ‘Gelijke stagekansen in Den Haag’ en ‘Creatief samenwerken aan gelijke stagekansen’. Studenten, docenten, werkgevers, gemeenten en maatschappelijke organisaties formuleerden aanbevelingen voor de toekomst en deelden inzichten uit de afgelopen jaren.
Ook werden de opbrengsten gepresenteerd. De samenwerking resulteerde onder meer in visuele handboeken, het Gelijke Kansenspel, meldroutes, een digitale leermodule, online campagnes en handelingskaders voor stagebegeleiders. Praktische hulpmiddelen die bijdragen aan het herkennen, bespreekbaar maken en aanpakken van stagediscriminatie.
Volgens Tugba is er de afgelopen jaren veel veranderd. Het onderwerp wordt vaker erkend en besproken en studenten voelen meer ruimte om hun ervaringen te delen. "Je merkt dat er meer bewustzijn is. Dat helpt."
'Zonder meldingen geen data’
Een andere belangrijke stem tijdens de finale was die van Mountassir, stagiair bij het lectoraat Diversiteitsvraagstukken. Hij benadrukte hoe belangrijk het is dat studenten actief betrokken blijven bij oplossingen. "Als je stagediscriminatie wilt aanpakken, moeten studenten niet alleen onderwerp van gesprek zijn, maar ook actief meedenken."
Zelf kreeg hij tijdens zijn stage niet te maken met stagediscriminatie, maar hij ziet wel hoe belangrijk het is dat ervaringen worden gemeld. "Als er geen meldingen zijn, is er geen data. En zonder data kun je minder stevig handelen."
Volgens hem zijn de handelingskaders die inmiddels op verschillende onderwijsinstellingen zijn ontwikkeld een belangrijke stap vooruit. Ze geven studenten en begeleiders houvast om signalen bespreekbaar te maken en daadwerkelijk in actie te komen. Zijn boodschap aan studenten is helder: "Blijf geloven in wat jij kunt. Niemand anders kan jou dat ontzeggen."
Het werk is nog niet af
Wat in 2021 begon in Den Haag, groeide uit tot een landelijke beweging met samenwerkingen in onder meer Rotterdam, Eindhoven/Brainport, Leiden en Nijmegen/Arnhem. De opbrengsten van de afgelopen jaren laten zien wat mogelijk wordt wanneer onderwijs, werkveld en studenten samen optrekken.
Tegelijkertijd werd tijdens de finale duidelijk dat structurele verandering tijd vraagt. Bewustwording groeit, maar de vertaling naar beleid, onderwijs en praktijk vraagt blijvende aandacht.
Of zoals Tugba het verwoordt: "Hoe zorgen we ervoor dat dit echt ingebed wordt? Dat het de norm wordt?"
De middag voelde daarom niet als een afsluiting, maar als een tussenstation. Een moment om stil te staan bij wat is bereikt én om samen verder te bouwen aan gelijke kansen voor iedere student.