Buurtbewoners ontwerpen en gebruiken het Hefpark met elkaar
25 jaar biedt Inholland Rotterdam hoger onderwijs aan op Zuid. In hoeverre heeft Inholland invloed op haar directe omgeving? We doen een rondje in de wijk richting het Hefpark met Manuel López, onderzoeker binnen het Kenniscentrum Business, Finance & Law en bij het lectoraat Gebouwde Omgeving (onderdeel van het Research and Innovation Centre Techniek, Ontwerpen en Informatica: TOI). Wat merkt hij op vanuit zijn vakgebied Veilig Ontwerp en Beheer? “Alles in de stad wordt ontworpen; maar veiligheid zit juist in hoe we het dagelijks gebruiken, onderhouden en beheren.”
We lopen de trappen af van Inholland en vrijwel meteen stelt Manuel de vraag: hoe ervaar jij het hier? Ik antwoord dat dit stukje Rotterdam rauw en rommelig oogt, met de entree naar metrostation Wilhelminaplein als donkere, onaantrekkelijke tunnel. Terwijl we stilstaan bij de ingang van de metro-entree doet Manuel een korte analyse:
“Er staat altijd onkruid. Dat heeft alles te maken met het eigenaarschap over dit stuk openbare ruimte. Het is onduidelijk wie er verantwoordelijk is voor het onderhoud en beheer? Deze sticker van de RET op het hek duidt aan dat het waarschijnlijk van de RET is. Dit is een onoverzichtelijk, donker en rommelig pad. Je ziet niet wie er om de hoek staat, aan geen van beide kanten. Het voelt onveilig. En die wirwar aan stickers? Dat is voor mij een vorm van plakvandalisme: vervuilend, vaak politiek, en steeds vaker polariserend.”
‘Ontwerp van tussenfase wordt vergeten’
We nemen afscheid van de Veemstraat en lopen richting Entrepotgebied. Manuel vertelt over het veiliger maken van gebouwen, woningen en buitenruimte door zowel in het ontwerp, als het beheer van de gebouwde omgeving expliciet rekening te houden met veiligheid. Het valt hem op hoe vaak wordt vergeten om een plan te maken voor de tussenfase: de fase tussen het afbreken van bestaand gebied en het opbouwen van het nieuwe. “In die tussenfase wordt een gebied bijna altijd vergeten, terwijl gebruik en beheer dan óók aandacht moet krijgen.”
Toiletpot op straat
Richting het Entrepotgebied staan we stil op een pleintje dat open zicht geeft van het water in de Rijnhaven naar het water in het Entrepotgebied. Dat is ruimtelijk goed bedacht volgens Manuel, alleen is de inrichting van dit pleintje minder goed gelukt. Auto’s en werkbusjes staan er geparkeerd, een toiletpot staat buiten naast de voordeur en de bloembakken zijn verwilderd. Ook de grote ramen, bedoeld als ‘ogen op de straat’, zijn dichtgeplakt met posters van de mondzorgkliniek. Daardoor is het zicht vanuit het gebouw op de openbare ruimte volledig verdwenen. “Nogmaals, de architect kan het mooi bedenken, maar in het beheer, gebruik en onderhoud ervan gaat het vaak mis”, zegt Manuel.
Kinderen én ouderen gebruiken park samen
Lopend naar onze bestemming pleit Manuel voor het multifunctioneel en flexibel gebruik van ruimte, waar kinderen, jongeren, ouderen én gezinnen gebruik van maken. Daar is het Hefpark een prachtig voorbeeld van. Hij noemt het een common place in tegenstelling tot public space: “In de Hefwijk woont 80 procent mensen met een niet-westerse achtergrond. Die vullen en gebruiken het Hefpark met elkaar. Vroeger gebeurde dat vaak: op een stuk grond verbouwde de een pompoenen en de ander liet er kippen scharrelen.”
Veilig, leuk en gemoedelijk
Het Hefpark heeft een bestuur en een van de regels is: geen alcohol in het park. De gebruikers doen alles zelf, zoals het plaatsen van de ecologische speeltoren en nu het bouwen van toiletten van restmaterialen. "Het park is inclusief, want allerlei verschillende mensen gebruiken het. Om iedereen aan te trekken, moet het park diversiteit bieden, zoals het volleybalveld, moestuintjes, perenbomen, de speeltuin en de BMX-baan. We zien dat mensen met verschillende achtergronden en leeftijden elkaar hier spontaan ontmoeten. Daardoor is het er veilig, leuk en gemoedelijk." Manuel ergert zich niet aan het afval in het Hefpark. “Niks is perfect.”
Hefpark als onderzoeksveld
In het internationale onderzoek naar common places waar Manuel aan meewerkt, is het Hefpark onderzoeksgebied. Volgens Manuel gaat dat over hoe het er reilt en zeilt: wat zijn de succesfactoren, de belemmeringen en de verbeterpunten? Daarin wordt onder andere gekeken naar zichtlijnen, veiligheidsgevoel, doorstroom, aantrekkelijkheid, sociale binding en economische duurzaamheid (door zelf eten te verbouwen, hebben mensen goedkoop gezond voedsel).
“Ik kijk voortdurend om me heen, dat is beroepsdeformatie. Vooral in de openbare ruimte is rondkijken één groot avontuur. Ik observeer en kom altijd leuke dingen tegen. De openbare ruimte fascineert me meer dan de private, omdat daar mensen met verschillende achtergronden voortdurend met elkaar in interactie zijn. Ik reis graag en let dan op hoe mensen bewegen in verschillende contexten. Hoe lopen ze in winkelcentra, pleinen, speeltuinen? Hoe gebruiken ze de ruimte? Dat vertelt veel over hoe een stad functioneert.”
Manuel wil zijn vakgebied, Veilig Ontwerp en Beheer, nadrukkelijker laten meespelen in gebiedsontwikkeling. Gepassioneerd pleit hij voor vroegtijdige betrokkenheid van experts: “Het is zó waardevol als iemand met verstand van veiligheid en gebruik in een vroeg stadium meekijkt. Dat is belangrijk voor mensen én de maatschappij: want wie zich veilig voelt, gelukkig is en zijn buren kent, draagt positief bij aan de samenleving.”