Delft,
29
juni
2026
|
08:00
Europe/Amsterdam

De zoektocht naar veilige routes voor amfibieën

Mees onderzoekt hoe amfibieën veilig hun weg naar het water vinden

DR1_1418_kl (foto Dorien Roggekamp)

Wat gebeurt er met padden, kikkers en salamanders wanneer ze tijdens hun jaarlijkse trektocht een put of kolk (straatafvoeren) inlopen? Voor vierdejaarsstudent Landscape and Environment Management Mees Biemond is dat geen theoretische vraag, maar het onderwerp van zijn afstudeeronderzoek. Tijdens zijn stage in de gemeente Ede onderzocht hij waar padden, kikkers en salamanders naartoe trekken in het voorjaar, en hoe ze onderweg vast komen te zitten in straatputten waar ze niet meer uit kunnen.  Zijn onderzoek draagt direct bij aan natuurbehoud én laat zien hoe ecologie, onderzoek en samenwerking samenkomen in de praktijk.

Bescherming van amfibieën in de bebouwde omgeving
Mees loopt stage bij RAVON (Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland). De organisatie doet onderzoek naar verschillende diersoorten en zet zich in voor bescherming en behoud van biodiversiteit. Tijdens zijn afstudeerstage werkte Mees mee aan de campagne Pad uit de Put. Deze campagne richt zich op een probleem dat veel mensen niet kennen. In het voorjaar trekken amfibieën van hun overwinteringsplek naar voortplantingswateren. Onderweg komen ze regelmatig terecht in straatputten en kolken. Door de steile en gladde wanden kunnen ze daar vaak niet meer uit ontsnappen.

“Veel mensen kennen het probleem van amfibieën die wegen oversteken, maar putten vormen ook een groot risico”, vertelt Mees. “Als ze eenmaal in zo’n put terechtkomen, kunnen ze er vaak niet meer zelf uit. En niemand die het ziet” Om dieren uit straatputten te helpen, ontwikkelde RAVON kleine trapjes die in de put worden geplaatst, zodat ze zelf weer naar boven kunnen komen.

Op zoek naar migratieroutes
Voor zijn afstudeeronderzoek bracht Mees eerst in kaart waar amfibieën in Ede actief zijn tijdens hun voorjaarstrek. Op plekken waar veel amfibieën trekken, onderzocht hij straatputten om te bepalen waar uitklimtrapjes het meeste effect hebben. Dat betekende veel veldwerk. Tijdens het onderzoek inventariseerde hij samen met vrijwilligers  ruim 4.800 amfibieën. Daarnaast opende en controleerde hij duizenden straatputten. “Uiteindelijk heb ik bijna 6.000 keer een put gecontroleerd. Dat is behoorlijk intensief werk, omdat je telkens moet bukken, tillen en soms ook bladeren en water uit de put moet scheppen.” Ondanks de grote inspanning vond hij ongeveer honderd amfibieën in de gecontroleerde putten. Toch was dat voldoende om waardevolle conclusies te trekken. “Voor het onderzoek maakt het niet zoveel uit of je één of honderd amfibieën in een put vindt. Elke waarneming geeft informatie over waar maatregelen nodig zijn.”

Vrijwilligers maken het verschil
Een belangrijke les tijdens het onderzoek was volgens Mees de waarde van vrijwilligers. Het monitoren van amfibieën gebeurt grotendeels dankzij mensen die zich vrijwillig inzetten voor natuuronderzoek en bescherming. “Vrijwilligers zijn eigenlijk onmisbaar. Een gemeente als Ede is veel te groot om overal tegelijk onderzoek te doen. Dankzij vrijwilligers krijg je een veel beter beeld van wat er gebeurt.” Ook de samenwerking met de gemeente speelde een belangrijke rol. Op basis van zijn onderzoeksresultaten schreef Mees een adviesrapport waarmee RAVON en de gemeente kunnen bepalen waar uitklimvoorzieningen geplaatst kunnen worden. De uitvoering vraagt echter tijd. Verschillende afdelingen binnen de gemeente  zoals het rioolbeheer moeten betrokken worden voordat maatregelen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd.

Download

Van kaartanalyse tot ecologisch veldwerk
Tijdens zijn onderzoek maakte Mees veel gebruik van kennis en vaardigheden die hij tijdens de opleiding heeft opgedaan. Vooral zijn ervaring met GIS-software kwam goed van pas. “Met GIS kun je allerlei gegevens combineren, zoals waterstructuren, groenvoorzieningen en eerdere waarnemingen. Daarmee kun je voorspellen waar amfibieën zich waarschijnlijk verplaatsen.” Juist de combinatie van data-analyse en praktisch veldwerk spreekt hem aan. Tijdens de opleiding koos Mees bewust voor de groene richting, waarin ecologie en natuurbeheer centraal staan. “Ik word enthousiast van ecologie en natuuronderzoek. Tijdens de opleiding is die interesse alleen maar groter geworden.”

Onderzoek met directe impact
De resultaten van het onderzoek worden niet in een la gelegd. RAVON gebruikt de uitkomsten als onderdeel van een groter project waarbij in vier jaar tijd veertig gemeenten worden onderzocht. Dankzij financiering vanuit de Postcode Loterij kunnen gemeenten ondersteuning krijgen bij het uitvoeren van maatregelen. Voor Mees is het waardevol om te zien dat zijn werk daadwerkelijk wordt gebruikt. “Het mooiste is dat het onderzoek direct iets oplevert voor de bescherming van dieren. Als je een uitgeputte pad uit een put kunt halen en weer richting het water kunt brengen, geeft dat veel voldoening.”

Een blik op de toekomst
Nu zijn afstudeeronderzoek bijna is afgerond, denkt Mees na over zijn volgende stap. Een masteropleiding behoort tot de mogelijkheden, maar voorlopig wil hij eerst werkervaring opdoen binnen het werkveld van natuurbeheer en ecologie. “Ik heb gekeken naar een master, maar ik wil eerst ontdekken wat ik in de praktijk kan betekenen. Als ik buiten aan het werk ben en amfibieën kan helpen, dan vind ik dat op dit moment misschien nog wel het leukst.” Zijn stage laat zien hoe breed het werkveld van Landscape and Environment Management is. Van ecologisch onderzoek en data-analyse tot samenwerking met gemeenten en natuurorganisaties: het zijn allemaal onderdelen van het werk aan een leefomgeving waarin mens en natuur beter samen kunnen bestaan.

Meer weten?

Benieuwd of de opleiding Landscape and Environment Management bij Hogeschool Inholland bij jou past? Bekijk de opleiding of bezoek een Open Dag.