Aandacht voor welzijn maakt het verschil voor studenten
‘Actieve participatie en betrokkenheid dragen bij aan studieresultaten’
Wat geeft studenten energie tijdens hun opleiding? Die vraag staat centraal in de Studentenwelzijnsweek, van 5 tot en met 9 oktober bij Hogeschool Inholland. Want welzijn draait vaak om stress of belemmeringen, terwijl minstens zo belangrijk is om te kijken naar wat helpt om gemotiveerd en betrokken te blijven.
Kasper Brouwers, studentendecaan op de Inholland-locaties Alkmaar en Amsterdam, ziet dat er in toenemende mate aandacht is voor studentenwelzijn: “We hebben dit altijd al gedaan, maar de laatste jaren is de samenwerking versterkt. Daardoor weten we elkaar makkelijker te vinden en kunnen we studenten sneller naar de juiste plek doorverwijzen. Een studentencoach staat veel dichter bij de opleiding en de studenten, net als studieloopbaanbegeleiders, leercoaches en studentbuddy’s vanuit het Studentsucces Centrum.”
Drempel verlagen
“Verder bieden we onder meer trainingen aan over omgaan met faalangst, ADD of dyslexie, geven we voorlichting in alle klassen en is er de digitale Wegwijzer Ondersteuningsnetwerk. Zo weten studenten waar ze terecht kunnen en verlagen we de drempel om hulp te vragen.” Studenten die bij Kasper Brouwers komen, hebben vaak te maken met pittige persoonlijke omstandigheden, van ziekte of functiebeperkingen tot mantelzorg, onveiligheid thuis of financiële problemen. Kasper: “Dat drijft ook de studiedruk op. Wat ik echt toe zie nemen, is de combinatie van studiedruk met wereldproblematiek en een eventuele thuissituatie. Dan komt er gewoon heel veel op je bordje terecht.”
Tegelijkertijd, zo vertelt Kasper, helpt het juist als studenten duidelijk weten wat er van hen verwacht wordt, zich thuis voelen op school en verbonden voelen met de opleiding. Ook duidelijke informatie, goede communicatie, bereikbaarheid en persoonlijk contact kunnen stress en emotionele belasting verminderen. Dit sluit aan bij het beeld dat Lisa Klinkenberg schetst. Als senior onderzoeker is zij nu vijf jaar verbonden aan het lectoraat Studiesucces van Hogeschool Inholland. Onderdeel van haar werkzaamheden is het uitzetten van de jaarlijkse Studentenwelzijnsmonitor.
Energiebronnen en stressoren
De monitor vormde mede de basis voor haar onderzoek naar energiebronnen en stressoren in het hoger onderwijs. Lisa Klinkenberg: “Toen ik begon bij het lectoraat Studiesucces zaten we in de nasleep van corona en waren er terecht veel zorgen over studentenwelzijn. Door het onderwijs achter een scherm was de binding met opleiding,
medestudenten en docenten laag. Terwijl we weten dat informele binding juist heel belangrijk is. Elkaar tegenkomen op de campus, een kop koffie drinken in de pauze of een kletspraatje maken over het weekend vergroot de sociale binding en het thuisgevoel. In ons onderzoek zien we zelfs een voorzichtige samenhang met de studieresultaten.”
Mede omdat welzijn begint met je thuis voelen, zet Inholland sterk in op het gevoel van verbondenheid. Onder meer met het 100-dagenprogramma voor nieuwe studenten, communityvorming, laagdrempelige ondersteuning en ruimte voor studenten om zelf initiatief te nemen. Lisa Klinkenberg: “Actieve participatie en betrokkenheid bij de opleiding dragen bij aan het welbevinden en daarmee aan positieve studieresultaten en het voorkomen van uitval. Voor een student die niet lekker in zijn vel zit, kan het juist helpen om zich méér in te zetten. Dat kan al zitten in het samen studeren met anderen of gewoon iets leuks doen met elkaar.”
Verschil maken
Letterlijk en figuurlijk een schoolvoorbeeld van zo’n student is Christina Noomen, tweedejaars Food Commerce & Technology in Delft. Ze reageerde op de oproep van Lisa Klinkenberg om input te geven op de Studentenwelzijnsmonitor. Christina: “Studentenwelzijn is geen thema waar ik dagelijks mee bezig ben, maar wel iets dat ik als student belangrijk vind. Door mee te werken aan deze monitor heb ik het gevoel dat ik echt een verschil kan maken voor anderen. Wat ik onder studentenwelzijn versta? Je goed voelen in de klas, een fijne band met medestudenten en docenten en je comfortabel voelen om vragen te stellen.”
“Binnen de opleiding krijg ik vooral energie van de praktisch-gerichte lessen. Dus niet anderhalf uur half-slapend achter je bureautje naar een PowerPoint luisteren, maar lessen waar je kunt staan en bewegen, in groepjes aan de slag gaat en waar een docent een korte pauze geeft als hij merkt dat studenten afhaken. We krijgen veel vrijheid in het indelen van ons groepswerk, met tegelijkertijd duidelijkheid over wanneer we iets in moeten leveren of feedback krijgen. Wat ook helpt, zijn de mentorgesprekken. Die zijn om en om in groepsvorm en individueel, waarbij we het altijd even hebben over zaken buiten de studie.”
Luisterend oor
Lisa Klinkenberg besluit: “Welzijn lijkt een heel groot thema, maar het zit vaak juist in hele kleine dingen. Een luisterend oor, je verhaal kunnen delen, een kort berichtje wanneer een student zonder afmelding niet op school is. We kunnen als school je persoonlijke situatie niet oplossen, maar luisteren en rekening houden met iemand kan al heel waardevol zijn.” Kasper Brouwers onderschrijft dat: “Er komen regelmatig studenten langs die trots hun diploma laten zien of een bedankje brengen. Uiteindelijk hebben ze het natuurlijk helemaal zelf gedaan. Maar dat we een steuntje in de rug hebben gegeven en dan terugkrijgen dat dit hen echt heeft geholpen. Ja, dat is wel echt de meest dankbare kant van dit werk.”