18
maart
2025
|
07:33
Europe/Amsterdam

De toekomst van de landbouw is hightech - dat vraagt om toekomstbestendige scholing

Inholland sparringpartner in robotiseringsprogramma ministerie van Landbouw

Frank van der Helm Frens Pries en Jeroen Wildenbeest

Voor het innovatieprogramma ‘Robots naar de boerenpraktijk’ bezocht een delegatie van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) onlangs een aantal experts op dit vlak bij Hogeschool Inholland Alkmaar. Tijdens dit bezoek wisselden ze visies uit over de benodigde aandacht voor onderwijs en educatie binnen het programma.

“Robotisering van de landbouw is een ingrijpende transitie”, zegt associate lector Smart Farming Jeroen Wildenbeest vanuit het lectoraat Robotica. “Daarin is het belangrijk dat innovatie én educatie hand in hand gaan. Een mega-investering in technologie vraagt immers ook een mega-investering in onderwijs om deze technologie te ontwikkelen en optimaal te gebruiken. Daar hebben we tijdens het bezoek aandacht voor gevraagd.”

Blik op de toekomst: van Innovatielab tot Fieldlab TechValley
Namens het ministerie van LVVN kregen Doreen Verbakel en Feline Wafelaar een kijkje in de keuken van het Innovatielab en het Fieldlab Techvalley daarbinnen, en leerden ze het lectoraat Robotica verder kennen. Binnen Het Fieldlab TechValley wordt al een klein decennium succesvol met studenten, samenwerkingspartners uit de praktijk en onderzoekers gewerkt aan beroepsauthentieke vraagstukken die spelen binnen de maakindustrie. Ook doet men hier ervaring op met de nieuwste vormen van technologie. "Een prachtig voorbeeld van een duurzame samenwerking die als blauwdruk gezien kan worden voor een agrifood fieldlab", aldus Jeroen. Naast Jeroen Wildenbeest waren namens Hogeschool Inholland ook Richard Oerlemans, domeindirecteur Techniek, Ontwerpen en Informatica, associate lector Levende Plantenteeltsystemen Frank van der Helm en docent-onderzoeker Frens Pries vanuit het lectoraat Duurzame bestuiving van gewassen aanwezig.

Robotisering: kansen en uitdagingen
Ondanks dat de experts positief zijn over de plannen van de overheid om de land- en tuinbouw verder te robotiseren, benadrukken ze dat alleen focussen op arbeidsbesparing niet voldoende is. Eerder spraken ze daar al over in verschillende media. “Zonder de juiste investeringen in technologie én kennis, blijft robotisering een wensdroom,” stelden Jeroen en lector Robotica Cock Heemskerk in diverse vakbladen als Binnenlands Bestuur en Nieuwe Oogst. "Het gaat om een compleet ecosysteem, waarin innovatie, educatie en financiering samenkomen.” Nu Inholland ook is aangesloten op het innovatieprogramma, helpen ze het ministerie van LVVN om de juiste keuzes te maken in het te vormen beleid.

Robot-in-tuinbouwkas-2000x1200

Onderwijs speelt sleutelrol in robotisering
Tijdens het bezoek ging het over hoe de integratie van technologie en specifiek robotica versneld kan worden in de land- en tuinbouw. Dit als (deel)oplossing voor het almaar schaarser en duurder worden van arbeid. Ook zijn knelpunten én oplossingsrichtingen besproken. Daarbij ging het onder andere over de ‘volwassenheid’ van technologie, het investeringsklimaat en hoe het kennisgat gedicht kan worden om zoveel mogelijk bedrijven en organisaties aan te kunnen laten sluiten.

De rol van het onderwijs is hierbij essentieel, gaven de onderzoekers van Inholland aan. Als je grote investeringen doet in technologie, betekent dit ook dat er ontwikkelaars, engineers, data-analisten en andere experts nodig zijn om deze technologie te ontwikkelen en onder andere onderhouds- en servicemonteurs om die technologie te gaan gebruiken.

Frank van der Helm: “De land- en tuinbouw is een bijzondere sector, want de omstandigheden waarin technologie moet opereren zijn zwaar; nat, droog, heet, koud, stoffig en veel kans op beschadigingen. Daarnaast is het product levend, kwetsbaar en zeer variabel in vorm en grootte. Hierdoor is een nauwe samenwerking van techneuten, plantenteeltdeskundigen en agrarische bedrijven in het ontwikkelen van technologie en robots essentieel. Deze specialisten komen vanuit verschillende werkculturen met eigen werkprocesbeheersing en taal. Het leren samenwerken tussen deze disciplines is dus een eerste vereiste. Daarom hebben we in onderwijs en onderzoek al veel aandacht voor, maar met de toenemende aanwezigheid van steeds geavanceerdere technologie moet die aandacht toenemen."

Een grote investering in educatie en onderwijs is dus een vereiste. "Puur een college geven, daar kom je niet ver mee. Met beroepsauthentieke opdrachten over automatisering gaat de ontwikkeling echt leven bij studenten en raken ze intrinsiek gemotiveerd om te gaan experimenteren en ontwikkelen", aldus Frens Pries.

“Automatisering betekent dat het werk verandert”, legt Jeroen uit. “Het werk op het land en in de kas verplaatst zich naar het grotere ecosysteem waar bijvoorbeeld vele ontwikkelaars en monteurs bij nodig zijn. Het World Economic Forum gaat uit van een om-, her- en bijscholingsbehoefte van 44 procent binnen vijf jaar wat betreft de basisvaardigheden.”

Om in deze scholingsbehoefte te voorzien is het volgens Jeroen nodig om de portfolio-ontwikkeling in het hoger onderwijs te versnellen. En het niet te laten afhangen van de huidige behoefte in de sector zelf. “Er is een belangrijke rol weggelegd voor het ministerie om deze arbeidsmarktbehoefte te expliciteren, zodat daarop gehandeld kan worden.”

Kennis borgen en breder toepassen vanuit nieuwe experimenteerlocaties
Ook ‘best practices’ kwamen aan de orde. Bij vele agrarische bedrijven, zowel op het erf als in de kas, worden er al vele successen behaald met het inzetten van smart farming of robotica. Maar hoe borg je deze kennis, hoe kan je deze ‘generaliseren’ en vervolgens breed integreren in de sector? “In de Nederlandse glas- en vollegrondstuinbouw is er sprake van relatief veel kleine teelten. Dan is het extra belangrijk om kennis te borgen, technieken te generaliseren en met elkaar te delen om deze zo breed mogelijk in te kunnen zetten voor uiteenlopende gewassen, teeltsystemen en klimaten. Daar profiteren alle kleine telers die gezamenlijk een relatief grote groep vormen. Op die manier maak je het ook weer interessanter voor investeerders om op in te stappen. Dit vraagt om een nieuw type locatie om te experimenteren en/of een kenniscentrum, met de focus op kennisborging, generaliseren én opleiden,” aldus Frank.

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.