17
januari
2025
|
13:15
Europe/Amsterdam

Popmuziek ontvangt slechts 7,1% van landelijke cultuursubsidies

Onderzoekers Inholland pleiten voor ingrijpende hervormingen van subsidies

Popmuziek onderzoek

Als het gaat om landelijke cultuursubsidies, wordt popmuziek structureel ondergewaardeerd. Zo kenden de Culturele basisinfrastructuur (BIS) en het Fonds Podiumkunsten (FPK) in 2023 slechts 7,1% van het totale subsidiebedrag toe aan popmuziek. Bovendien is de aanvraagprocedure te complex en te weinig flexibel voor de popmuzieksector. Dit concluderen Maartje Houtzager en Koos Zwaan van het lectoraat Innovation in the Music Industry. In samenwerking met de Popcoalitie vergeleken zij cultuursubsidies toegekend aan popmuziek en aan genres zoals klassieke muziek en andere podiumkunsten.

Bezoekers van klassieke muziek krijgen gemiddeld 34 euro van hun kaartje gesubsidieerd. Bij een popconcert is dat maar 80 cent per kaartje. “Het verschil is deels verklaarbaar door factoren als orkestgrootte en personeelsstructuur van klassieke ensembles”, zegt onderzoeker Maartje Houtzager. “Maar deze ongelijkheid roept vragen op over de rechtvaardigheid van de huidige financiering. En wat betekent dit voor de ontwikkeling van talent en innovatie in de popsector?”

Podiumkunsten diverser maken
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wil de podiumkunsten diverser maken en de mogelijkheden voor allerlei muziekstromingen vergroten; niet alleen voor pop, maar ook voor andere genres zoals wereldmuziek en jazz. “Maar van dit voornemen komt niet veel terecht”, zegt Maartje. “Onder meer door de regelingen zelf. Die zitten vol criteria die niet van toepassing zijn op popbands, bijvoorbeeld over de rechtsvorm van bands of meerjarenplannen.”

Bezoekers van klassieke muziek krijgen gemiddeld 34 euro van hun kaartje gesubsidieerd. Bij een popconcert is dat maar 80 cent per kaartje.

Complexe aanvraagprocedures 
Ook professionals uit de popmuziek benadrukken dat het huidige subsidiebeoordelingssysteem niet aansluit bij de realiteit van de sector. “Aanvragen zijn complex, administratief zwaar, en vaak niet flexibel genoeg om de projectmatige werkwijze in popmuziek te ondersteunen”, zegt Arriën Molema, bestuurslid van de Popcoalitie en voorzitter van BAM! Popauteurs. “Daarnaast schort het aan representatieve expertise in de beoordelingscommissies.”

Duurzame talentontwikkeling
 Vooral voor makers in hun ‘mid-career’-fase is te weinig aandacht in het huidige stelsel: zij ontvangen minder financiële ondersteuning en kunnen op minder regelingen aanspraak maken. “Het roept de vraag op in hoeverre subsidies bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van al het talent in de popmuzieksector”, zegt lector Koos Zwaan. “En die vraag moeten we ons stellen, alleen al vanwege de maatschappelijke waarde van popmuziek. Muziek, musici en de muziekindustrie hebben impact op de samenleving. Ze spelen letterlijk en figuurlijk een belangrijke rol, bijvoorbeeld om maatschappelijke vraagstukken op de publieke agenda te krijgen en bij maatschappelijke innovaties.”

Aanbevelingen voor een rechtvaardiger stelsel
In hun onderzoeksrapport doen Koos en Maartje verschillende aanbevelingen om het cultuursubsidiestelsel te hervormen, zoals een dialoog tussen subsidieaanvragers en -verstrekkers, onderzoek naar nieuwe beoordelingscriteria, ontwikkeling van nieuwe beoordelingscriteria en meerjarige regelingen voor de popmuzieksector. Maartje: “De unieke dynamiek en maatschappelijke waarde van popmuziek verdienen een eerlijke plek binnen het Nederlandse cultuurbeleid.”

 

Lees ook het artikel in Trouw waarin Koos en Maartje aan het woord komen: 
Van elke euro rijkssubsidie voor muziek gaat 93 cent naar klassiek, en 7 cent naar pop’

Reacties (0)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.