'Van snackcultuur naar een gezonde mond in een gezond lichaam'
Monique van der Veen houdt lectorale rede op woensdag 12 november
Onze mondgezondheid staat onder druk. Een constante stroom van verleidingen maakt gezond eten lastig. Niet alleen onze tanden en kiezen lijden daaronder, maar ook ons zorgstelsel. Ondertussen gaan anderhalf miljoen volwassenen niet naar de tandarts, en leert één op de vijf kinderen nooit de gewoonte aan om wél te gaan. Is het dan nog wel logisch om mondzorg buiten het reguliere zorgstelsel te houden? Monique van der Veen vindt van niet. Als lector Samenwerken aan Mondgezondheid pleit ze voor een cariësvrije generatie en structurele ondersteuning voor wie het zelf niet redt. Want preventie werkt – en begint met een gezonde leefstijl én een systeem dat daarin meebeweegt.
Op woensdag 12 november ontvouwt Monique in haar lectorale rede: Een ‘goed gebekt’ gesprek over samenwerken aan mondgezondheid haar standpunten en onderzoeksplannen. Direct voorafgaande aan de lectorale rede is er een symposium met als onderwerp ‘Van wie is de mond? Samenwerken aan passende zorg’. Wil je bij de rede of het symposium aanwezig zijn? Wacht niet langer en meld je aan.
Grote kans dat je het afgelopen uur iets hebt gegeten. Of dat je dit het komende uur gaat doen. Want de moderne Nederlander graast wat af. Weinigen weten dat het voor een goede mondgezondheid verstandig is om je eet- en drinkmomenten te beperken tot maximaal zeven per dag. Mits je ’s morgens en ’s avonds goed poetst met fluoridetandpasta. Helaas houdt lang niet iedereen zich aan deze regels, want de verleiding om voortdurend te snoepen, te snacken en iets zoets te drinken is overal om ons heen. “Onze maatschappij is steeds ongezonder geworden”, ziet Monique. “De voedingsindustrie bepaalt onze keuze.”
Leefstijlaandoening
Slechte mondgezondheid is een leefstijlaandoening. De ernst ervan mogen we niet onderschatten. Het kan leiden tot pijn, ziekteverzuim, schaamte en sociale isolatie. Daarnaast houden problemen met de mondgezondheid verband met obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten en andere leefstijl- of welvaartsziektes. Het risico is groot in de armere wijken, omdat daar het aanbod van goedkoop en ongezond voedsel in verhouding het grootst is.
Armere wijken
“Een gezond gebit heb je en houd je door goede zelfzorg”, zegt Monique. “De controle bij de tandarts is er om zo nodig de zelfzorg te verbeteren en iets te repareren. Maar veel mensen gaan niet naar de tandarts, bijvoorbeeld uit geldgebrek, angst of omdat ze het nut niet inzien. Of ze gaan pas bij pijnklachten en dan is preventie te laat. Ouders die er zo in staan, leren hun kinderen ook de gewoonte niet aan om naar de tandarts te gaan. En niet alle tandartsen accepteren kinderen van wie de ouders niet ingeschreven staan in hun praktijk.”
Kwetsbare groepen
Monique onderscheidt drie leeftijdscategorieën waarin mondzorg extra aandacht behoeft. Zo moeten kinderen op jonge leeftijd gezonde eet-en drinkgewoontes aanleren en tandenpoetsen. “Ondersteuning moet komen van het consultatiebureau en de mondzorgpraktijk.” Dan is er de fase waarin je achttien wordt, zelf je zorgverzekering moet betalen en bepaalt of je een aanvullende verzekering neemt voor tandheelkundige zorg. Tot slot zijn het de ouderen die extra aandacht behoeven. Thuiswonende, zorgbehoevende ouderen zijn vaak niet goed meer in staat hun mond te verzorgen of naar de tandarts te gaan.
Mondzorg is geen onderdeel van het reguliere zorgstelsel. Dat is problematisch, omdat een gezonde mond samengaat met een gezond lichaam.
Zorglandschap
Monique constateert niet alleen een kloof in de maatschappij als het gaat om de toegang tot goede mondzorg. Die kloof is er ook in het zorglandschap. “Mondzorg is geen onderdeel van het reguliere zorgstelsel – en dat heeft gevolgen”, zegt ze. “De mondzorg bevindt zich op een eiland en dat is problematisch, omdat een gezonde mond niet los te zien is van een gezond lichaam. Die scheiding zorgt ervoor dat signalen gemist worden, zeker bij mensen die extra zorg nodig hebben, zoals mensen met diabetes.”
In basispakket
Zolang mondzorg buiten het basispakket valt, blijft de ongelijkheid in toegang bestaan. “Dat is niet alleen oneerlijk, het is maatschappelijk onverantwoord,” zegt Monique. “We willen werken aan een cariësvrije generatie, en dat lukt alleen als de zorg mensen ondersteunt die het zelf niet kunnen betalen.” Ze pleit daarom voor opname van mondzorg in het basispakket – mét een sterke focus op preventie, zodat de kosten beheersbaar blijven.
Voorlichting
Mondverzorging moet mensen zo vroeg mogelijk geleerd worden en daarvoor ziet Monique allerlei kansen. Bijvoorbeeld door voorlichting op consultatiebureaus en basis- en middelbare scholen. “Kansrijk is ook centeringzorg, een groepsgewijze manier van zorgverlening onder begeleiding van een zorgprofessional waarin één thema centraal staat, zoals zwangerschap of diabetes. Mondzorg zou in zo’n groep een goed onderwerp zijn.”
Een slechte mondgezondheid is een leefstijlaandoening waarvoor samenwerking op alle fronten nodig is.
Onderzoeksprojecten
Met haar lectoraat wil Monique deze kansen pakken voor kwetsbare groepen als kinderen, jongeren en ouderen. Zo is Inholland nu al betrokken bij MetaHealth, een project waarmee onderzoekers willen bijdragen aan het verminderen van overgewicht en mondziekten. Het richt zich vooral op jonge kinderen in gezinnen in kwetsbare omstandigheden door armoede, een minder stabiele of gezonde woonomgeving en uitdagingen op het gebied van toegang tot informatie en ondersteuning rondom gezondheid. Een ander voorbeeld is Moniques collega Tjitske Wijzenbeek, die een PD-onderzoek doet naar de mondzorgbehoeften van jongvolwassenen. Voor ouderen werken we in het project ORANGEFORCE aan een nieuwe praktijkrichtlijn om mondgezondheid als thema op te nemen in multidisciplinaire zorgoverleggen en mondzorgprofessionals bij die overleggen aan te laten sluiten.
Studenten betrokken
Het onderzoek is zonder uitzondering participatief actieonderzoek. Niet alleen professionals en burgers zijn actief betrokken om mondgezondheid op een hoger plan te tillen, ook studenten van Mondzorgkunde, Tandheelkunde en van masters zoals Gezondheidswetenschappen haken aan. “Op termijn willen we dat ook doen met opleidingen Social Work, Verpleegkunde, Sportkunde en Verloskunde, omdat we de interprofessionele samenwerking en bewustwording rondom mondzorg willen vergroten”, zegt Monique. “Studenten gaan de wijken in, doen interviews, helpen mee bij focusgroepdiscussies en co-creatiesessies om te weten waar mensen tegenaanlopen en om toe te werken naar interventies die werken.”
Lectorale rede op 12 november
Op woensdag 12 november spreekt Monique haar lectorale rede uit. Daarin breekt ze een lans voor een gezonde mond in een gezond lichaam in een gezonde maatschappij. “Een slechte mondgezondheid is een leefstijlaandoening waarvoor samenwerking op alle fronten nodig is. Studenten en professionals van verschillende disciplines moeten de problemen leren signaleren en doorgeven. Die boodschap geef ik graag door.”