International students Zoeken Login
Header

Recht op reparatie

Hulp bij implementatie van Europees recht op reparatie voor fabrikanten en importeurs

Finance & Accountancy

Lectoraat

Finance & Accountancy

Maart 2026 t/m december 2028

Duur

Alkmaar & Rotterdam

Locatie

Sijmen Steenbeek

Contact

Onderzoek Sijmen Steenbeek

Het doel van het project

Een autofabrikant zette ooit een bijzondere reclamestunt op. Het bedrijf plaatste een neppe terugroepactie in de dagbladen voor een model van meer dan dertig jaar oud. De waarschuwing? Het sluitingsmechanisme van het handschoenenkastje vertoont mogelijk slijtage. De boodschap was helder: deze auto's gaan dertig jaar mee.

Helaas zijn niet alle producten zo duurzaam. Wereldwijd wordt jaarlijks meer dan 62 miljard kilo elektronisch afval geproduceerd, terwijl 400 miljoen ton plastic wordt weggegooid. Veel producten hebben een beperkte levensduur. Televisies gaan gemiddeld 7 tot 10 jaar mee, wasmachines 10 jaar en meubels 5 tot 20 jaar. Slechts een klein deel wordt gerecycled, waardoor waardevolle grondstoffen verloren gaan. 

Deze verspilling en korte levensduur hebben ertoe geleid dat de EU het repareren van goederen wil bevorderen met een recht op reparatie (right to repair) door middel van nieuwe regelgeving. Ook wordt regelgeving voorbereid om de repareerbaarheid van goederen te verbeteren. Recht op reparatie betekent dat je altijd om reparatie kunt verzoeken, ongeacht de staat van het product. Repareerbaarheid gaat over de vormgeving van producten zodat deze gemakkelijker te repareren zijn - en bovendien geen wegwerpproducten zijn.

In 2024 stelde de EU een richtlijn vast (2024/1799) die de reparatie van bepaalde elektronische goederen bevordert. De richtlijn verplicht producenten om goederen op verzoek te repareren tegen een redelijke prijs. Ook moeten ze consumenten hierover informeren. Deze richtlijn dient uiterlijk 31 juli 2026 omgezet te zijn in nationaal recht.

Het doel van dit onderzoeksproject genaamd Recht op reparatie is om een bijdrage te leveren aan deze verduurzaming van productketens. Dit doen we door individuele bedrijven te ondersteunen bij de implementatie. Via studentonderzoeken helpen we hen de eisen uit de richtlijn toe te passen op hun specifieke situatie.

Hoe pakt Inholland dit onderzoek aan?

In dit onderzoek verzamelen we hulpvragen van (potentiële) opdrachtgevers over de EU-richtlijn die reparatie van goederen moet bevorderen. Denk aan fabrikanten, importeurs en distributeurs van elektronische goederen. Bijvoorbeeld van wasmachines, koelkasten, beeldschermen, servers en mobiele telefoons. Ook kunnen dit onder andere beleidsmakers en brancheorganisaties zijn. Deze vragen kunnen gaan over juridische verplichtingen rond reparatie en informatievoorziening. Maar ook over bedrijfseconomische vraagstukken, zoals aanpassingen aan het verdienmodel.

Deze hulpvragen vertalen we naar onderzoeksvragen voor afstudeeronderzoeken of onderzoek binnen het reguliere onderwijs of minoren. Studenten voeren deze onderzoeken uit bij de opdrachtgever onder begeleiding van docenten. Ook doen zij onderzoek naar de regels die van toepassing zijn.

Waar mogelijk schetsen we aan de hand van verschillende onderzoeken een breder beeld van de impact van de regels uit de richtlijn op verschillende typen opdrachtgevers. Ook kijken we naar de wijze waarop deze opdrachtgevers hiermee omgaan. We delen deze inzichten met het werkveld via rapporten, webinars of vakpublicaties.

"De richtlijn 'Recht op reparatie' maakt reparatie echt mogelijk, niet alleen tijdens de wettelijke garantieperiode. Ook draagt deze bij aan de ontwikkeling van een heel ecosysteem van reparatie, hergebruik en refurbishment."

- Didier Reynders, Europees Commissaris voor Justitie (vertaald, bron)

Wat is het belang voor het onderwijs?

Dit project is van direct belang voor het onderwijs. Allereerst biedt het studenten van de opleidingen HBO-Rechten en Finance & Control een unieke gelegenheid om een concrete bijdrage te leveren aan het verduurzamen van productketens en het terugdringen van omvangrijke afvalstromen. Daarbij krijgen studenten meer inzicht in de impact van de EU als regelgevende instantie op nationale wet- en regelgeving.

Verder krijgen studenten inzicht in de invloed en mogelijke risico's van de Europese richtlijn op de bedrijfseconomische casus en hoe het verdienmodel van ondernemingen zich moet aanpassen aan de nieuwe regelgeving. Dit vraagt veel van het analytische vermogen van studenten. Ze moeten de samenhang tussen EU-recht en nationaal recht overzien, én verbanden leggen tussen verschillende deelterreinen binnen het EU-recht. Tot slot zorgt het voor actuele inzichten vanuit de praktijk die het onderwijs verrijken.

Hoe wordt het werkveld betrokken?

Het werkveld bestaat uit fabrikanten, hun gemachtigde vertegenwoordigers, importeurs en distributeurs. Het gaat om producenten van elektronische goederen zoals wasmachines, koelkasten, beeldschermen, servers en mobiele telefoons.

Het werkveld wordt nadrukkelijk betrokken doordat ondernemingen concrete hulpvragen aan kunnen dragen. Het is daarom van belang dat dit project voldoende bekendheid krijgt binnen het werkveld. De ondernemingen die zich melden ervaren directe impact doordat studenten onder begeleiding van docenten deze vragen oppakken en een bijdrage gaan leveren aan de beantwoording daarvan.

Daarnaast heeft het project een bredere impact. We brengen de bevindingen uit verschillende deelonderzoeken samen. Zo ontstaat inzicht in hoe de hele sector met de nieuwe regelgeving omgaat. Deze kennis willen we delen met het werkveld op een toegankelijke manier.

Wat zijn de (verwachte) resultaten?

Het project levert theoretische en praktische inzichten op. Studenten onderzoeken de regelgeving grondig én kijken hoe verschillende ondernemingen er in de praktijk mee omgaan.

Dit project biedt daarmee een verrijkende ervaring voor studenten. De studenten leren om Europese en nationale regelgeving in hun onderlinge samenhang in kaart te brengen. Ook leren ze om onderzoek te doen in de praktijk en om deze praktijk te toetsen aan een complex regelgevend kader. Daaruit leren ze juridische en bedrijfseconomische conclusies te trekken en deze door te vertalen in aanbevelingen.

Tot slot draagt het project bij aan het versterken van onze relatie met het beroepenveld. Het biedt een kans om Inholland te positioneren als een hogeschool die vooroploopt in praktijkgericht juridisch en bedrijfseconomisch onderzoek dat gericht is op het verduurzamen van onze economie.

De onderzoekers van Recht op reparatie

Sijmen Steenbeek

docent-onderzoeker

Sijmen Steenbeek More

Hugo Booms

docent-onderzoeker

Hugo Booms More
Sijmen Steenbeek

Werk samen met onze onderzoekers

Kom in contact met Sijmen en stel al je vragen sijmen.steenbeek@inholland.nl