Simulatieonderwijs ter ondersteuning van zorgopleidingen
Oktober 2024 t/m september 2025
Duur
Amsterdam
Locatie
Eerste deelproject
Simulatieonderwijs ter ondersteuning van stages in de zorg
Het doel van het project
Zorgopleidingen kampen met een groeiend tekort aan stageplaatsen, terwijl er juist méér verpleegkundestudenten zijn en de zorg steeds complexer wordt. Tegelijkertijd kampt de opleiding Verpleegkunde met hoge uitval: bij Inholland stopt 18% van de studenten voortijdig, tegenover 11-14% landelijk. Een belangrijke oorzaak is de kloof tussen theorie en praktijk, waardoor studenten zich onvoldoende voorbereid voelen op stages.
We onderzochten allereerst hoe simulatieonderwijs studenten beter kan voorbereiden op hun stage, zonder extra druk op de praktijk. Bij simulatieonderwijs oefenen studenten realistische zorgsituaties in een veilige leeromgeving, met behulp van simulatiepoppen, VR-technologie en immersive learning-omgevingen. Zo kunnen ze vaardigheden trainen, fouten maken en leren zonder risico voor patiënten.
Drie onderwijsinstellingen (Hogeschool Inholland, Hogeschool van Amsterdam en ROC van Amsterdam) ontwikkelden samen met praktijkpartners en SIGRA high-fidelity simulaties over onder andere verslechterende patiënten. We vergeleken de verschillende studentgroepen: één groep kreeg drie simulatiesessies met nabespreking (debriefing), de andere groep kreeg de gebruikelijke stagevoorbereiding. Met vragenlijsten maten we hoe gemotiveerd en zelfverzekerd studenten waren, en via focusgroepen en interviews vroegen we de studenten wat zij in de praktijk terugzagen.
Resultaten en vervolgonderzoek
Dit eerste project is inmiddels afgerond, en de bevindingen vormden de basis voor een vervolgproject, dat we momenteel uitvoeren. De resultaten laten zien dat simulatieonderwijs vooral iets doet met motivatie en het ervaren van zelfvertrouwen. Studenten die simulatie volgden, scoorden duidelijk hoger op intrinsieke motivatie dan de controlegroep. Op de standaardmeting voor zelfeffectiviteit (het vertrouwen om taken succesvol uit te voeren) waren de verschillen kleiner en meestal niet significant. In gesprekken vertelden studenten echter unaniem dat ze zich zekerder voelden en in de stage beter konden handelen: ze pasten bijvoorbeeld de ABCDE-systematiek en SBAR-communicatie toe en raakten minder snel in paniek bij afwijkende vitale functies. Dat verschil tussen cijfers (vragenlijsten) en ervaring suggereert dat simulatie-effecten zich soms sterker tonen in gedrag en beleving dan in algemene meetinstrumenten.
Belangrijke les voor de praktijk: simulatie is geen volledige vervanging van stage, maar een krachtige voorbereiding. Succes hangt wel af van goede inbedding in het curriculum, getrainde begeleiders en vooral slimme roostering. Lange wachttijden bleken motivatie juist te ondermijnen.
Vervolgonderzoek: inbedding in het curriculum
Op basis van deze bevindingen startten we een vervolgproject dat zich richt op het structureel inbedden van simulatieonderwijs in het curriculum. In dit vervolgproject werken we aan een duurzame implementatie waarbij simulatie niet als losse interventie, maar als integraal onderdeel van de opleiding wordt aangeboden (minimaal een half jaar). Daarbij doen we ook vervolgonderzoek met grotere groepen en langere follow-up, om meetbare effecten op zelfeffectiviteit beter zichtbaar te maken.
Hieronder lees je meer over dit vervolgonderzoek.
"Ook al ben ik ziek, voor dit onderwijs kom ik wel."
- Student over simulatieonderwijs
Tweede deelproject: van fragment naar fundament
Inbedden van simulatieonderwijs in curriculum opleiding Verpleegkunde
Het doel van dit vervolgproject
Het succes van simulatieonderwijs blijkt af te hangen van structurele inbedding in het curriculum. Nu gebeurt simulatieonderwijs vooral ad hoc: enkele losse lessen, zonder vaste plek in het rooster. De precieze omvang brengen we nog in kaart.
In dit project gaan we van losse fragmenten naar een stevig fundament. In het eerste jaar ontwikkelen we een evidence-based simulatieprogramma van 100 uur voor Verpleegkunde, geïntegreerd over alle leerjaren. Het tweede jaar richten we ons op opschaling: het programma wordt breder uitgerold naar andere opleidingen binnen Inholland.
In dit project transformeren we deze fragmenten tot een fundament: we werken toe naar het verankeren van simulatieonderwijs in het curriculum van de opleiding Verpleegkunde. In het eerste jaar ontwikkelen we een evidence-based simulatieprogramma van 100 uur voor Verpleegkunde, geïntegreerd over alle leerjaren. Het tweede jaar richten we ons op opschaling: het programma wordt breder uitgerold naar andere opleidingen binnen Inholland.
Met VR-technologie, immersive learning-omgevingen en simulatieapparatuur bereiden we studenten systematisch voor op de complexe zorgpraktijk. Dit levert ook voordelen op voor het werkveld: beter voorbereide studenten, minder begeleiding nodig op de stageplek, en meer ruimte voor verdiepend leren. De centrale vraag: hoe bouwen we een duurzaam simulatieprogramma dat zorgstudenten optimaal voorbereidt?
Over de onderzoeksaanpak
We werken toe naar structureel simulatieonderwijs in drie concrete stappen, van begin 2026 tot eind 2027.
1. Wat hebben studenten en docenten nodig?
We voeren gesprekken met studenten, docenten en stagebegeleiders. Waar zit de kloof tussen theorie en praktijk? Wat werkt al goed in het huidige simulatieonderwijs? Deze inzichten vormen de basis voor het nieuwe programma.
2. Ontwikkelen en direct testen
We bouwen voort op bestaande scenario's en creëren een samenhangend programma van 100 uur. Studenten en docenten gebruiken het meteen in de praktijk. Hun feedback gebruiken we om het programma scherper te maken.
3. Meten en overdragen
We onderzoeken de effecten: voelen studenten zich zekerder? Daalt de uitval? En we maken het geheel overdraagbaar, zodat andere instellingen kunnen profiteren van onze aanpak. Dit doen we samen met SIGRA, HvA en ROC Amsterdam - een samenwerking tussen mbo, hbo en zorgpraktijk die zorgt voor breed draagvlak en kennisdeling.
Wat is het belang voor het onderwijs?
Voor studenten
Simulatieonderwijs sluit de kloof tussen theorie en praktijk. Studenten stappen met meer zelfvertrouwen en praktische vaardigheden hun stage in. Dat vermindert uitval én verhoogt het leerrendement. Het doel: de uitval bij Inholland laten dalen van 18% naar het landelijk gemiddelde van 11-14%. Het resultaat: beter opgeleide verpleegkundigen die de zorg instromen.
Voor docenten
In plaats van losse, ad hoc activiteiten krijgen docenten een evidence-based programma met bewezen scenario's en duidelijke leerdoelen. Dit maakt hun werk efficiënter en verhoogt de onderwijskwaliteit.
Voor het werkveld
Stagebegeleiders krijgen beter voorbereide studenten. Zij kunnen zich richten op verdieping in plaats van basisinstructie. Dat verbetert de kwaliteit van de stageplek én bespaart begeleidingstijd.
Voor andere instellingen
We documenteren de ontwikkeling in een overdraagbaar model. Andere hbo- en mbo-instellingen kunnen hiervan profiteren. We ontwikkelen niet alleen voor Inholland, maar creëren een blauwdruk die landelijk ingezet kan worden. Zo wordt simulatieonderwijs een vanzelfsprekend onderdeel van het curriculum.
Hoe betrekken we het werkveld?
We betrekken het werkveld actief vanaf de start. Het werkveld bestaat uit zorgorganisaties, stagebegeleiders en onderwijsinstellingen, zoals ROC Amsterdam, HvA en verschillende zorginstellingen. Samen vormen zij het netwerk "Anders opleiden in de zorg", waarin we kennis delen en gezamenlijk werken aan de aansluiting tussen onderwijs en praktijk.
In de analysefase peilen we bij stagebegeleiders en docenten welke competenties studenten nodig hebben en hoe simulatieonderwijs daarop kan inspelen. Tijdens de ontwikkeling werken we samen aan realistische scenario's en professionaliseren we docenten in het effectief inzetten van simulatieonderwijs. In de evaluatiefase onderzoeken we gezamenlijk de impact op studentuitval, zelfvertrouwen en motivatie.
Verwachte resultaten
Het belangrijkste resultaat is een evidence-informed simulatieprogramma van 100 uur dat structureel verankerd is in het curriculum van de opleiding Verpleegkunde. Dit programma bereidt studenten systematisch voor op complexe situaties als acute zorg, palliatieve zorg en oncologische zorg, en vormt een blauwdruk die direct overdraagbaar is naar andere opleidingen en instellingen.
We verwachten dat dit leidt tot meetbare verbeteringen. De studentuitval bij Inholland zou moeten dalen van 18% naar het landelijk gemiddelde van 11-14%. Studenten gaan met meer zelfvertrouwen en motivatie hun stage in, waardoor zij zich beter voorbereid voelen en minder snel afhaken. Dit vergroot ook hun zelfeffectiviteit: het geloof in eigen kunnen om complexe zorgsituaties aan te gaan.
Voor docenten levert het project professionalisering op: zij krijgen een gestructureerd programma met bewezen scenario's en leren simulatieonderwijs effectief in te zetten. Dit verhoogt de kwaliteit van het onderwijs en biedt handvatten voor systematische implementatie.
Daarnaast brengen we de kosten en baten in kaart. Wat kost de ontwikkeling van simulatieonderwijs en wat levert het op door verminderde uitval en mogelijk verkorte stageduur? Deze inzichten zijn waardevol voor beleidsmakers en andere instellingen.
Tot slot resulteert het project in wetenschappelijke publicaties over implementatie, effectiviteit en kosteneffectiviteit, en een overdraagbaar model inclusief maturity model voor opschaling. Deze blauwdruk stelt andere hbo- en mbo-opleidingen in staat om simulatieonderwijs systematisch te implementeren. Zo dragen we bij aan landelijke kennisontwikkeling en versterken we de positie van simulatieonderwijs in het curriculum.
"Een immersive room is geen vervanging van goed onderwijs, maar een krachtig hulpmiddel in de handen van een ervaren docent."
- Daphne Vogel, onderzoeker Innovatie in de oncologische (netwerk)zorg
Samenwerkingspartners van Hogeschool Inholland
"Drie simulatielessen zijn echt niet genoeg, ik wil er meer!"
- Student over simulatieonderwijs