Een vergelijking van toegepaste hoeveelheden radioactiviteit voor nucleaire geneeskundige verrichtingen in Nederland

Auteurs
Annika Verhoef en Harmen Bijwaard
Onderzoekslijn
Soort object
Artikel
Datum
2019
Samenvatting
Van verschillende Europese landen is bekend hoeveel radioactiviteit er wordt gebruikt voor verrichtingen op de afdelingen nucleaire geneeskunde, in Nederland is dit echter niet bekend. Wel zijn gestelde adviezen bekend vanuit de Procedure Guidelines Nuclear Medicine 2016. Om een inzicht te krijgen in de toegediende radioactiviteit is een enquête met gesloten en open vragen over het onderzoeksprotocol verstuurd naar alle afdelingen nucleaire geneeskunde in Nederland. De uitkomsten van de enquête zijn anoniem verwerkt in grafieken om een overzicht te creëren. Voor het onderzoek is gekozen voor vier doelonderzoeken: renografie, skeletscintigrafie, sentinel node van de mamma en de PET-scan. Uit de resultaten blijkt dat sommige ziekenhuizen aangeven dat ze de gestelde adviezen volgen, maar er in de praktijk soms toch van afwijken. Enkele factoren die van invloed lijken te zijn op de toegediende radioactiviteit zijn: de gebruikte collimator, de gebruikte apparatuur, bij één verrichting de plek van injectie en bij een andere verrichting de leeftijd van de patiënt. Wanneer de resultaten worden vergeleken met die van andere Europese landen is het zichtbaar dat Nederland over het algemeen een lagere toegediende radioactiviteit hanteert.