Rotterdam,
02
december
2025
|
13:39
Europe/Amsterdam

‘Niet controleren om te controleren, maar om te begrijpen en te verbeteren’

Achter de schermen van de examencommissie: Patricia Wayling

Patricia Wayling2

Voor veel collega’s én studenten blijft het werk van examencommissies onzichtbaar, terwijl ze cruciaal zijn voor de kwaliteit van ons onderwijs. Met deze serie laten we leden van examencommissies aan het woord – over wat ze doen, waarom het ertoe doet, en wat het hen oplevert.  Aan het woord is Patricia Wayling naast haar werk als docent aan de Pabo actief in de examencommissie voor die opleiding. 

Kun je kort iets vertellen over jezelf?
“Ik ben een van de ‘dino’s’ van het Pabo Inholland Rotterdam-team, zoals ik het zelf weleens noem. Tien jaar geleden ben ik hier begonnen als docent Engels. Ik ben van huis uit opgeleid aan de ALO én de pabo, en heb jarenlang voor de klas gestaan in het basisonderwijs.” 

Wat bracht je bij de examencommissie?
“Dat begon eigenlijk heel praktisch: ik wilde graag mijn baan uitbreiden. In 2015 kwam er een vacature vrij met examencommissiewerk erbij. Dat leek me interessant. Zo begon ik als locatielid voor Rotterdam, met als eerste taak het behandelen van casuïstiek en het opstellen van voorstellen.” 

“Inmiddels ben ik voorzitter en nog steeds lid namens Rotterdam. Dat betekent dat ik bijna drie dagen per week met examencommissiewerk bezig ben. De andere dagen werk ik als docent, begeleider en examinator.” 

Wat doe je concreet in jouw rol?
“Als locatielid behandel ik alle fraude- en onregelmatigheidsmeldingen van de locaties Den Haag, Rotterdam en Dordrecht. Dat betekent dat ik, wanneer er een vermoeden van fraude is, letterlijk in gesprek ga met de docent die het signaleerde, met de student zelf en soms met de praktijkplek. Die ‘Sherlock Holmes-momentjes’ helpen me tot een zorgvuldig besluit te komen.” 

“We werken met een fraudeladder, zodat we elke casus eerlijk en zoveel mogelijk gelijkwaardig beoordelen. Als voorzitter heb ik daarnaast veel contact met management, curriculumcommissie, kwaliteitsmedewerker en Juridische Zaken. En ik ben actief in een landelijk netwerk van examencommissies. Ook schrijf ik het jaarverslag en denk mee over de Onderwijs- en Examenregeling.” 

Het onderwijs is volop in beweging. Hoe ervaar je dat als examencommissie?
“Wij zitten midden in een grote curriculumwijziging. Ik ben juist voorzitter geworden omdat ik achter het concept sta: programmatisch toetsen, leren vanuit de praktijk en samen opleiden mét de praktijk. We werken bijvoorbeeld met externe examinatoren uit het werkveld. Dat vind ik enorm waardevol.” 

“Voor ons als examencommissie betekende deze verandering een flinke stap. We moesten meegroeien: van gefragmenteerd, summatief toetsen naar een meer holistische blik. Dat was best een uitdaging. Soms voel ik me binnen het team een beetje een voorloper, ik ben al langer overtuigd van deze richting. De trein waarin we nu zitten gaat wat mij betreft precies de goede kant op. En al ben ik dan niet de machinist, ik ben zeker een happy passenger. Uitstappen? Geen denken aan!” 

Kom je ook spanningsvelden tegen in je werk?
“Wij als examencommissie moeten, wettelijk verplicht, ons eigen management controleren. Terwijl we gewoon in dienst zijn van diezelfde baas. En dat wordt nog uitdagender als je bedenkt dat ik zelf ook deel uitmaak van het team dat ik op onderdelen moet controleren. Mocht het schuren, dan helpt de gedachte dat we allemaal het beste onderwijs willen voor onze studenten. Dat is onze gezamenlijke stip op de horizon.” 

Patricia Wayling_1

Toetsing is meer dan controle: het raakt ook aan leren en ontwikkeling. Hoe zie jij die balans, en hoe probeer je als examencommissie daaraan bij te dragen?
“In een toets laten zien dat je iets kunt, is presteren, maar dat betekent nog niet dat je het ook echt geleerd hebt. Ons nieuwe curriculum vertrekt juist vanuit leren in de praktijk. Studenten ontwikkelen zich daar, en bij ons op de hogeschool leren ze welke kennis daarbij hoort en hoe die kennis in elkaar grijpt. Dat vraagt dus ook iets van hoe wij als examencommissie toetsen benaderen.” 

“Waar we vroeger vooral achteraf controleerden, schuiven we nu veel vaker aan bij beslismomenten over studenten. Niet om met een rood potlood klaar te zitten, maar om vanuit vertrouwen het gesprek te voeren. Ons oude motto was: ‘Vertrouwen is goed, controleren is beter’. Nu is het: vertrouwen is cruciaal, zéker als je ook de ruimte wilt om scherpe, ontwikkelingsgerichte vragen te stellen of aanbevelingen te doen.” 

Wat zou jij aan collega’s willen meegeven die overwegen om zich aan te sluiten bij een examencommissie?
“Het is niet per se een taak waar mensen meteen voor in de rij staan. Maar als het op je pad komt, kan het verrassend goed bij je passen. En als dat niet zo is, dan merk je dat gelukkig snel genoeg, en kun je besluiten om er niet verder in te investeren.” 

“Maar voor wie zich aangesproken voelt, komen vaak vanzelf bepaalde eigenschappen naar boven: rechtvaardigheidsgevoel, de behoefte om dingen goed en eerlijk te doen. Niet op individueel niveau alleen, maar vanuit het grotere perspectief van kwaliteitsborging.” 

“Wat je wel moet durven, is het ‘zorgen’ een beetje loslaten. Wij als onderwijzers, juffen en meesters, zijn van nature geneigd om te zorgen. Maar in de examencommissie balanceren we altijd op de grens tussen borgen en zorgen. Het vraagt dat je leert kijken naar de consequenties van je beslissingen voor álle studenten, niet alleen die ene casus voor je.” 

Kun je een voorbeeld geven van een moment waarop jullie als commissie het verschil maakten?
“Een paar jaar geleden wilde de opleiding dat studenten in het verkorte deeltijdtraject automatisch vrijstelling kregen voor onderzoeksvaardigheden op eindniveau, omdat ze al een hbo- of wo-opleiding hadden afgerond. Maar vrijstellingen verleen je niet zomaar: die zijn wettelijk gezien de verantwoordelijkheid van de examencommissie. Wij zijn toen kritisch gaan kijken: hadden deze studenten écht al onderzoekservaring op het vereiste niveau?” 

“Wat bleek: tot ongeveer 2012 werd op veel hbo-opleidingen nog geen volwaardig afstudeeronderzoek gedaan. Daarom hebben we onderbouwd dat alleen wo-studenten én hbo’ers die ná 2012 zijn afgestudeerd automatisch in aanmerking komen voor vrijstelling. Voor eerdere diploma’s beoordelen we het individueel, op basis van bewijs van onderzoeksvaardigheden. Zo waarborgen we de kwaliteit.” 

“Een ander voorbeeld is de invoering van een nieuwe toets voor de vaardigheid Nederlands. Met het verdwijnen van veel kennistoetsen in het nieuwe curriculum, vroegen wij ons af: hoe weten we nog zeker dat studenten voldoende parate taalvaardigheid hebben? Denk aan situaties in de klas waar je snel iets moet schrijven of corrigeren. De opleiding begreep dat en heeft daarop een gerichte toets ingevoerd. Zo dragen we ook bij aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid van onze opleiding, want taalvaardigheid is simpelweg essentieel voor iedere leraar.” 

Meer informatie over de examencommissie vind je op Weten & Regelen via Iris.

Reacties 1 - 1 (1)
Het bericht is verzonden, deze zal worden geplaatst na goedkeuring.
Corjanne van den Hoonaard
03
December
2025
Wat een helder verhaal, goed uiteengezet!