Samen voor gelijke stagekansen: van Haagse aanpak naar landelijke beweging
Een jaar vol groei, verbinding en nieuwe stappen, met de blik op 2026
“Hoe zorgen we dat elke student zich gezien voelt?” Die vraag klonk op 1 december bij Hogeschool Inholland Den Haag, waar medewerkers, onderzoekers en partners samenkwamen voor de jaarafsluiting van het project ‘Gelijke stagekansen’. De bijeenkomst was meer dan een terugblik: het was een moment van reflectie én gezamenlijke ambitie om gelijke kansen in stageprocessen in heel Nederland te verankeren.
Wat in 2021 in Den Haag begon als samenwerking tussen onderwijs, gemeente en bedrijfsleven is uitgegroeid tot een landelijke beweging. Naast Den Haag zijn de regio’s Eindhoven-Brainport, Nijmegen-Arnhem, Leiden en Rotterdam inmiddels aangesloten. Deze regio’s werken nu binnen eigen regionale samenwerkingen, mede mogelijk gemaakt dankzij financiering van Instituut Gak. Alle regio’s waren tijdens de bijeenkomst vertegenwoordigd.
“Stagediscriminatie is een vraagstuk dat ons allemaal aangaat: studenten, onderwijs én het werkveld,” benadrukt Machteld de Jong, lector Diversiteitsvraagstukken. “Lange tijd werd gedacht dat stagediscriminatie vooral in het mbo speelde. De onderzoeken van het lectoraat Diversiteitvraagstukken uit 2018 en 2021 met de documentaire ‘Liever Fleur dan Fatima’ toonden aan dat deze gedachte niet klopte. Het leidde tot de ondertekening van het manifest tegen Stagediscriminatie in het hoger onderwijs in 2022 waarmee de aandacht voor stagediscriminatie in het hoger onderwijs ook op de kaart stond!”
“Bij stagediscriminatie draait het niet om individuele incidenten,” vervolgt ze. “Het is een institutioneel vraagstuk: structurele ongelijkheid die in systemen, processen en cultuur besloten ligt. En dat heeft grote impact op studenten. Structurele barrières kunnen talent verspillen, studievertraging veroorzaken en studenten het gevoel geven dat zij minder kansen verdienen. Dat raakt hun persoonlijke én professionele ontwikkeling. Daarom moeten we het institutioneel én collectief aanpakken, niet als losstaand probleem maar als onderdeel van de kwaliteit van ons onderwijs.”
Een bijeenkomst vol energie
De bijeenkomst werd geleid door Niek Putman, die de betrokkenheid in de zaal scherp aanvoelde. “Je merkt hier de wil om samen te werken,” zegt hij. “Iedereen wil bijdragen aan een stagemarkt waarin talent telt, niet afkomst, naam, seksuele oriëntatie of beperking.” Die samenwerking werd die dag ook letterlijk zichtbaar: vertegenwoordigers van alle vijf regio’s namen deel aan een panelgesprek waarin zij open deelden wat goed werkt, waar zij tegenaan lopen en welke stappen zij samen verder willen zetten.
Een belangrijk moment was de overdracht van Tjitske Lovert, jarenlang het gezicht van de Haagse aanpak, aan Tugba Özkan. Tugba kijkt vooruit met duidelijke ambitie: “Door stages goed te organiseren, kunnen we bedrijven helpen daadwerkelijk diverser te worden. Als we nu zorgen voor gelijke kansen, zetten we een norm die doorwerkt in de arbeidsmarkt. Maar het mag niet afhankelijk zijn van individuen, we moeten naar structurele verandering.”
Van bewustwording naar verankering.
Verschillende activiteiten zorgen ervoor dat studenten steeds beter weten waar ze terechtkunnen bij stagediscriminatie en dat de bewustwording onder docenten en werkgevers blijft groeien. Docenten en praktijkbegeleiders volgden bijvoorbeeld trainingen om stagediscriminatie te herkennen en bespreekbaar te maken. Er kwamen handreikingen, visuele materialen en werkvormen die inmiddels breed worden ingezet. Maar de beweging gaat verder dan losse interventies: kennis vindt steeds vaker een plek in curricula en beleidskaders, zoals de stageovereenkomst en het handelingskader stagediscriminatie.
Bij Inholland zijn vragen over stagediscriminatie opgenomen in de Studentenwelzijnsmonitor. Ook binnen de regio’s worden interventies ontwikkeld en zijn de opbrengsten van de ontwerpsessies gebundeld in een visueel handboek. Al deze materialen zijn toegankelijk via de projectpagina, zodat regio’s en instellingen van elkaar kunnen blijven leren.
“We moeten zorgen dat beleid, procedures en cultuur op elkaar aansluiten. Pas dan kunnen we studenten écht beschermen tegen ongelijke behandeling en zorgen voor een onderwijsomgeving waarin iedereen gezien en gesteund wordt,” benadrukt Machteld. “De afgelopen jaren hebben we laten zien dat verandering mogelijk is. Nu moeten we die verandering borgen in het onderwijs en in de samenwerking met het werkveld.” Dat het lectoraat Diversiteitvraagstukken nauw samenwerkt met het ministerie van OCW en SZW helpt hierbij.
Vooruitblik naar 2026
De ambitie is helder: gelijke stagekansen moeten binnen enkele jaren niet langer een ambitie zijn, maar de vanzelfsprekende standaard. Dat vraagt om gezamenlijke inzet van onderwijsinstellingen, werkgevers en overheid. Niet alleen om discriminatie te voorkomen, maar ook om studenten het gevoel te geven dat ze ertoe doen ongeacht wie ze zijn of wat hun achtergrond is.
De bijeenkomst maakte duidelijk hoe belangrijk het is om elkaar te blijven ontmoeten: om ervaringen te delen, om te leren van wat in andere regio’s werkt en om elkaar te blijven motiveren. Juist in een traject dat vraagt om volharding, zorgen dit soort momenten voor energie en hoop. Samen bouwen we stap voor stap aan een stagemarkt waarin elke student met vertrouwen kan starten.
Meer weten?
Wil je weten welke concrete stappen al zijn gezet, bekijk dan de projectpagina ‘Gelijke Stagekansen in Den Haag’ en ‘Creatief samenwerken aan gelijke stagekansen.’
Meer informatie over stagediscriminatie en wat je er tegen kunt doen vind je op deze pagina.